“Meer decentrale overheidstaken met minder geld is geen paradox”

Hoe houd je het aantrekkelijk voor medewerkers.

Bron: Rondetafel Marsh & Mercer en PRIMO Nederland

Je zet een aantal hoogleraren, consultants, specialisten en vertegenwoordigers van gemeenten aan tafel. Je brengt bovengenoemd thema in. En wat krijg je? Een enerverende middag, waar de hedendaagse problematiek van een decentrale overheid, die het moet doen met minder financiële middelen, in een krappe arbeidsmarkt helder uiteen wordt gezet. Met verrassende inzichten en oplossingen als lichtpuntjes in moeilijke tijden.

Joop Schippers van de Universiteit van Utrecht stelt het nog maar eens duidelijk. Nederland vergrijst, ontgroent en de arbeidsmarkt wijzigt met rasse schreden. De arbeidsmarkt staat onder druk, net als de overheidsfinanciën. Met 2020 als meest kritisch jaar in de prognoses. Het voordeel van de demografische wijzigingen is wel dat ze goed te voorspellen zijn. Zo zien we een duidelijke vormverandering in onze werkende populatie. Het aantal mensen op de arbeidsmarkt wordt minder. We zullen de leeftijdsgrenzen moeten oprekken om voldoende mensen aan het werk te houden. Niet alleen de werkende populatie baart zorgen, ook de steeds breder wordende bovenkant van de bevolkings”piramide” verdient aandacht. Deze groep zal immers steeds grotere druk uitoefenen op de zorg. De nieuwe generatie die kritisch is, individualistisch, en minder solidair maken de uitdaging compleet.

Het gevolg: toenemende arbeidskosten, weerstand tegen verandering, stijgend ziekteverzuim, afnemend imago van de werkgever en een remmende productiviteit. We krijgen te maken met meer hoger opgeleiden, met andere voorkeuren en hogere eisen. Werkgevers dienen hierop in te spelen. Levenslang leren, diversiteit in beleid, analyse van de levensloopuitgaven, goede arbeid-zorg verhouding en uitdaging blijven bieden. Deze wijzigende tijden vragen veel inspanning. Inspanning van iedereen. Werkgevers, werknemers en overheid. De vraag verandert, tijd voor empowerment van de werknemer.

Gelukkig is er in tijden van teruglopende overheidsfinanciën ook goed nieuws, zo vertelt Herwin Schrijver van CS opleidingen. Heel veel organisaties laten namelijk nog heel veel geld liggen, vooral op het gebied van Sociale Zekerheid. Zelfs bij grote multinationals staan de grote sommen geld die gemoeid gaan met Sociale Zekerheid niet eens op de balans (meer dan 30% van de personeelskosten!). Bij de vraag of organisaties controle hebben over deze geldstromen, wordt vaak bevestigend geantwoord. “Men” heeft wel het gevoel dat het klopt, maar in de praktijk blijkt vaak het tegendeel. Herwin presenteert VeReFi. De samenhang tussen Verzuim, Re-integratie en Financiën. VeReFi begint met bewustwording. Een scan brengt de geldstromen rond verzuim, arbeidsongeschiktheid, maar ook opleidingen en subsidies (vaak onderschat) in beeld. Samen met de mate van controle die een organisatie heeft (of denkt te hebben). Het actuarieel doorgerekende rekenschema brengt al snel aan het licht dat er aanzienlijke besparingen te realiseren zijn. En daar begint VeReFi pas. Het krijgen van regie over de samenhang tussen verzuim, re-integratie en financiën, levert nog veel meer op. Teruglopende verzuimcijfers, snellere re-integratie arbeidsongeschikten. Zaken die veel geld opleveren. In het licht van de teruglopende overheidsfinanciën geen gekke gedachte.

Dan de praktijk. Richard Meulenbroek vertelt over zijn situatie binnen de gemeente. Het Bestuursakkoord waar hij zich aan moet houden en hoe optimaliseren van arbeid daar in past. Optimaliseren van arbeid moet van alle dag zijn. Maar de korte termijn belangen bepalen anders. Lange termijn doelstellingen en beleid ontbreken. Een rare paradox ontstaat. Vanwege de teruglopende overheidsfinanciën moet er gereorganiseerd worden. Mensen worden herplaatst of moeten weg. Terwijl die mensen straks weer hard nodig zijn. Er is nogal wat veranderd de afgelopen jaren. Voorspelbare denkrichtingen maken plaats voor precies het tegenovergestelde. Een organisatie daar klaar voor te krijgen is vreselijk moeilijk. De bestuurders hebben daar niet altijd begrip voor. Er moet meer gedaan worden met minder middelen. En de kwaliteit moet hetzelfde zijn, het liefst beter. Hoe past strategische personeelsplanning hierin? De tijd lijkt te ontbreken om 5 of 10 jaar vooruit te kijken. Strategisch beleid wordt meer creatief beleid. Hoe kunnen we waar samenwerken? Hoe neem ik bij medewerkers de angst weg hun baan te verliezen? Hoe is eigenlijk de huidige situatie? Duidelijke en goede informatie ontbreekt. Hier schuilen enorme risico’s.

Dat de informatie wel degelijk verkregen kan worden legt Margreet Verbeek van Mercer uit. Mercer kan de demografische consequenties voor bedrijven helder in beeld brengen. Daarnaast heeft Mercer een visie op duurzame inzetbaarheid. Hoe krijg je optimaal inzetbare, vitale, innovatieve en flexibele werknemers? Door de relatie tussen de medewerker en het werk te optimaliseren. De “misfit” die veel mensen hebben met werk zorgt voor vermindering van productiviteit. De kosten voor presenteïsme (wel aanwezig, maar geen productiviteit) zijn drie keer zo hoog als die van verzuim.
Onderzoek dus eerst de fit tussen mensen met hun werk. Dit kan met de persoonlijke Werk Inspiratie Scan. Door het beantwoorden van een vragenlijst krijgt de medewerker informatie over de fit met zijn werk en krijgt het management een spiegel van de organisatie. Naast de relatie met het werk, komt de gezondheid van de medewerker, de ontwikkeling en de mobiliteit (elders werken binnen of buiten de organisatie) aan bod. Sturing op “misfits” is nu mogelijk om uiteindelijk een optimaal en duurzaam personeelsbestand te realiseren. Dit doet de organisatie niet alleen, maar met ondersteuning van verzekeraars, Arbo-dienst en andere interventies. Alles meetbaar en financieel onderbouwd.

Terug naar de overige uitdagingen voor Gemeenten. William Segers van het ministerie BZK benadrukt de noodzakelijke samenwerking in krimpsituaties. Vier topkrimpregio’s en tien anticipeergebieden. Gebieden waar bevolkingsdaling optreedt. Gemeenten met de helft 65+ ers. Jongeren trekken er weg en komen niet meer terug. In deze gebieden moeten leegstand en verloedering worden aangepakt. Herstructurering van wonen, concentratie en koppelen van voorzieningen, herinrichting van de openbare ruimte, economische vitaliteit en een goed werkende arbeidsmarkt zijn in deze gebieden noodzaak. Vaak alleen mogelijk door goede samenwerking met andere gemeenten en belangengroepen. Wat vinden bewoners belangrijk? En kunnen zij zelf een rol vervullen? Bedrijven, onderwijs en gemeenten moeten de handen ineenslaan om de arbeidsmarkt op pijl te houden. Elk onderwerp moet zijn eigen ideale schaalniveau krijgen. Wonen en voorzieningen door regionale samenwerking. Economische vitaliteit en arbeidsmarkt beter bovenregionaal. Vitale coalities als overheden, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven zoeken samen naar oplossingen en vullen die ook samen in. Maar zijn gemeenten klaar voor de samenwerking met betrokken burgers? En welke rol nemen de provincie en het rijk? De antwoorden op deze vragen bepalen de ontwikkeling van deze krimpende gebieden.