10 Antwoorden op de risico-regelreflex

IMG_0110Door Martin van Staveren

De risicoregelreflex is bezig met een gestage opmars, evenals de bestrijding ervan. Politicologe Margot Trappenburg muntte de term in 2010 voor de reflexmatige reactie om snel en (ogenschijnlijk) daadkrachtig “iets te regelen”. Dit na optreden van een onverwachte gebeurtenis die leidt tot maatschappelijke commotie. Voorbeelden te over, denk aan legionellabesmetting, spoorveiligheid, brandveiligheid, kinderopvang, of de bankencrisis en beloningen van de bijbehorende bankiers.

De risico-regelreflex is toch goed bedoeld?
Jazeker, we verwachten immers dat bestuurders vanuit overheid burgers beschermen tegen onheil waar ze zelf geen grip op hebben. Alleen is niet elk onheil vooraf te voorzien. En als het toch te voorzien is, dan is het lang niet altijd te voorkomen, althans niet met de geijkte maatregelen als nieuwe regelgeving of verscherpt toezicht. Met andere woorden, louter goede bedoelingen zijn geen legitimatie voor de risicoregelreflex. Op basis van een nuchtere afweging van kosten en baten is het maatschappelijk gezien een uiterst kostbare reflex, zeker in tijden waarbij veel overheden continu moeten bezuinigingen. Overigens, de risico-regelreflex kan ook prima in bedrijven optreden. Vervang bestuurder door manager en burger door klant, en lees bovenstaande nog eens door.

De risico-regelreflex ontleedt
Het goede nieuws is dat het bewustzijn van de risico-regelreflex groeit, wat een eerste stap is naar de bestrijding ervan. Zo heeft de rijksoverheid in de periode 2010 – 2014 het programma Risico’s en verantwoordelijkheden uitgevoerd. Het doel was om overheden te ondersteunen met het proportioneel omgaan met risico’s en incidenten. De website risicoregelreflex.nl bevat tal van video’s en publicaties over dit onderwerp. Vanuit dit programma is ook het in 2015 verschenen boek ‘Krachten rond de risico-regelreflex‘ ontstaan, geschreven door de Crisislab onderzoekers Ira Helsloot en Astrid Scholtens. Het boek ontleedt de risico-regelreflex en geeft maar liefst 27 praktijkgevallen, inclusief de krachtsverhoudingen tussen de aanjagende en dempende krachten.

9 Antwoorden op de risico-regelreflex
Op basis van de 27 praktijkgevallen hebben Ira Helsloot en Astrid Scholtens in totaal 9 dempende krachten voor de risicoregelreflex geïdentificeerd. Die zijn in willekeurige volgorde:

  1. Bestuurlijke moed om op basis van feiten te beslissen
  2. Burgers als risicorealisten beschouwen
  3. Vertrouwen in professionaliteit van de uitvoering
  4. Het laten verrichten van een risicovergelijking
  5. Het in beeld brengen van kosten en baten van veiligheidsmaatregelen
  6. Een expliciet beroep doen op andere waarden dan veiligheid
  7. Verantwoordelijkheden van andere partijen expliciet benoemen
  8. Erkenning van het noodlot
  9. Het tonen van empathie door een boegbeeld uit het openbaar bestuur

Ook voor deze antwoorden op de risicoregelreflex geldt, vervang bestuurder door manager en burger door klant, en doe er in ook het bedrijfsleven je voordeel mee.

Het 10e antwoord op de risico-regelreflex
De 9 antwoorden op de risico-regelreflex zijn reacties op een incident of risico dat al is opgetreden. Daarom voeg ik nog één antwoord toe, nadrukkelijk zonder de illusie te willen wekken dat alle onheil preventief is aan te pakken. Dan komen we immers uit bij die andere reflex, de preventiereflex. Als 10e antwoord noem ik risicogestuurd werken, voorbij het gangbare en veelal instrumentele risicomanagement. Dergelijke risicosturing in de dagelijkse werkprocessen betekent als overheid of bedrijf met het volle risicobewustzijn werken aan het realiseren van doelen. Dit zonder in de risicokramp te schieten, met oog voor de realiteit en oor voor de menselijke maat. Het betekent nuchter en gestructureerd in beeld brengen welke onzekerheden de doelstellingen kunnen beïnvloeden en dan expliciet kiezen of en zo ja welke maatregelen passend zijn. Niet zelden is voorkomen immers beter dan genezen.