Leiderschap en interdisciplinaire samenwerking

Boy van Droffelaar

Door Boy van Droffelaar*

In het Global Risks Report 2016, dat is uitgebracht door het World Economic Forum, wordt de opbouw van weerstandsvermogen als oplossing gezien om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de mondiale risico’s, en wel door een beroep te doen op de groei van ‘veerkracht’ in de samenleving.

Uit het rapport wordt niet direct duidelijk wat onder veerkracht wordt verstaan. Ik definieer het als het vermogen van individuen, gemeenschappen en systemen om zich aan te passen en te groeien bij tegenspoed, en zelfs te transformeren als de omstandigheden dit vereisen. Iemand met veerkracht past zich aan en groeit in nieuwe situaties. Hij of zij zal dus niet lijdzaam toezien met een dikke huid, maar zal naast het hoofd bieden aan de problemen vooral de kansen zien en die ook trachten te benutten. Veerkracht vereist derhalve zelfbewustzijn, creativiteit, doorzettingsvermogen, optimisme, innerlijke kracht en een pro-actieve houding.

Allemaal begrippen uit de positieve psychologie. De vraag is nu hoe deze psychologische capaciteiten (PsyCap) gebundeld kunnen worden en elkaar zouden kunnen versterken als positief sociaal kapitaal, dienend als basis voor de ontwikkeling van veerkracht van de lokale gemeenschap. Daartoe zijn volgens mij drie condities relevant:

  • Bewust leiderschap
  • (Bestuurlijke) interdisciplinaire samenwerking
  • Een toegesneden faciliterend proces

Bewust leiderschap is gestoeld op eco-systeem bewustzijn (i.p.v. ego-systeem bewustzijn), waarbij eco slaat op het Griekse begrip oikos, wat het hele huis betekent. Dus leiderschap dat alle stakeholders betrekt in de strategieontwikkeling, zichtbaar is als rolmodel voor veerkracht, en dienend is. Aldus een breed draagvlak creërend.

Interdisciplinaire samenwerking tussen lokale en regionale overheden, én interferentie met sociale netwerken, is noodzakelijk om de lokale implicaties van de ‘global risks’ te analyseren en de uitkomsten van strategisch risicomanagement-ontwikkeling in te kaderen in het openbaar bestuur.

De aanwezigheid van het juiste faciliterend proces is de conditie die inhoudt dat ‘het leiderschap’ ( lokaal/regionaal bestuur) vanaf het begin de regie ter hand neemt van het transformatieproces naar een samenleving met meer veerkracht. Vaak worden de relevante stakeholders pas aan het eind van de beleidscyclus betrokken: hoe gaan we het inkaderen? Dit leidt niet zelden tot non-acceptatie en sociale onrust.

Mijn pleidooi is dat ‘bewust leiderschap’ van meet af aan de ‘interdisciplinaire samenwerking’ zoekt om het proces in zijn geheel in co-makership te faciliteren. Dit betekent het gezamenlijk doorlopen van alle 5 stappen van de zogenaamde U-curve.

U-curve Boy van Droffelaar

Het concrete handelingsperspectief voor de aanpak van de in het Global Risks Report 2016 genoemde risico’s, is het meest gebaat bij:

“waardegedreven leiderschap dat de moed heeft om alle relevante stakeholders in een open dialoog te betrekken bij het gehele besluitvormingsproces van begin tot eind.”

 

*Droffelaar van, ir. B. (Boy), Certified Executive coach, PhD Student Wageningen (Examining the relationship between Wilderness experience and transformation in attitude and behavior as a leader). Hij maakt deel uit van de Nederlandse Denktank ‘From Global to Local’ 2016.