Raad op Zaterdag

Verslag bijeenkomst PRIMO Nederland bij Raad op Zaterdag

door R. Ellermeijer RA, partner Ernst & Young Accountants LLP, mede namens PRIMO Nederland.

Eind september organiseerde de VNG in samenwerking met Raadslid.Nu een “Raad op Zaterdag”, die geheel in het teken stond van de 3D’s. De decentralisaties van de jeugdzorg, WMO en participatiewet naar de gemeenten. De bijeenkomst werd goed bezocht door raadsleden en PRIMO Nederland was er bij om de risico’s nader te belichten. Rob Ellermeijer, partner EY, verzorgde namens PRIMO Nederland samen met Hans Giesing van de VNG en raadslid de workshop “Financiën Sociaal Domein en grip op risico’s bij de transitie en transformatie bij de 3D’s.

Hans Giesing ging nader in op de beleidsmatige en financiële achtergronden van de 3 D’s. Centraal staat “Bouwen op de eigen kracht van burgers” met als motto één gezin, één plan en één regisseur. Gemeenten moeten de zelfredzaamheid van burgers faciliteren en stimuleren. Met de ontschotting van de drie regelingen en een integrale aanpak dicht bij de burger kan de uitvoeringskracht worden vergroot. Daarmee kan ook een belangrijke bezuiniging worden gerealiseerd en dat is hard nodig gezien de huidige schijnbaar ongeremde ontwikkeling van de kosten van de zorg en sociale zekerheid.

De participatiewet vervangt de Wet Werken naar Vermogen. In deze wet worden de Wet Werk en Bijstand, Wet Sociale werkvoorziening en Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten geïntegreerd. Ook het budget wordt samengevoegd en ontschot. In 2015 zal ca. € 3 miljard beschikbaar zijn en dit loopt de jaren daarna af naar ca. € 1,2 miljard in 2050.  Een bezuiniging die voor gemeenten en SW bedrijven een belangrijk financieel risico oplevert als niet adequaat wordt omgebogen.

De onlangs aangenomen Jeugdwet betekent eveneens een belangrijke bezuiniging bij de decentralisatie van de jeugdzorg van provincies naar gemeenten. Het uitgangspunt is om meer aandacht te besteden aan preventie, meer uitgaan van eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden van de jongeren en de ouders. Het opvoedkundig klimaat moet worden versterkt, waardoor de jeugdbegeleiding kan worden gedemedicaliseerd en ontzorgt. De zorg zal meer moeten bestaan uit integrale hulp aan gezinnen volgens het principe van één gezin, één plan en één regisseur.

De derde decentralisatie betreft de persoonlijke verzorging aan huis, begeleiding, dagbesteding en huishoudelijke hulp. Deze voorheen AWBZ zorg gaat uiterlijk 2017 gedeeltelijk naar de WMO. Zoals het er volgens de huidige voorstellen van het kabinet uit ziet, zal de verpleegkundige thuiszorg niet naar de gemeenten gaan, maar worden gefinancierd door de zorgverzekeraars. De VNG is het met deze onverwachte wending niet eens. Het laatste woord is daarover nog niet gezegd.

De bekostiging van deze nieuwe taken zal plaatsvinden via het gemeentefonds, namelijk het sociaal deelfonds. In totaal zal daarmee ongeveer € 10 miljard naar de gemeenten gaan. Een majeure toename van de gemeentebegroting (ca. 30 procent). Binnen het sociaal deelfonds mag door gemeenten worden geschoven. Decentralisatie geld mag niet worden uitgegeven aan bestedingen die nu worden gedekt uit de algemene middelen. Andersom kan wel.

De decentralisatie gaat gepaard met belangrijke kortingen. De gemeenten zullen deze taken anders en efficiënter moeten uitvoeren. Mogelijkheden zijn de meer integrale aanpak, ontzorgen en beperking van voorzieningenaanbod, samenwerking in de regio, schaalvoordelen realiseren, efficiënter inkopen.

Het zal duidelijk zijn dat de decentralisatie met belangrijke risico’s gepaard gaat. Wij zien de regionale aanpak maar langzaam van de grond komen. Samenwerking blijkt moeilijker dan soms op rationele gronden verwacht mag worden. Verder is er nog steeds veel onduidelijk over het geld dat de gemeenten krijgen om deze nieuwe taken uit te voeren.

Samenwerken in de regio betekent meer gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Dit vraagt vaak om complexe en tijdrovende juridische discussies. Om het tempo erin te houden is er veel te zeggen voor lichte samenwerkingsvarianten. Dit heeft het voordeel dat er snel geschakeld kan worden. Uiteindelijk gaat het om de acties in het veld. In de komende jaren kan er geëxperimenteerd worden met innovatieve oplossingen in de samenwerking. Als de dienstverlening de goede vorm gevonden heeft kan de samenwerkingsvorm verder worden geformaliseerd. Met deze aanpak zijn in het land al goede ervaringen opgedaan. De invoeringsdatum van de decentralisaties is 1 januari 2015 en dat is al over een goed jaar. Een praktische daadkrachtige aanpak is dus gewenst.

De grootste risico’s voor gemeenten zijn:

  • onjuiste inschatting van de doelgroep, deze blijkt uiteindelijk groter en complexer dan verwacht;
  • de inkoopkosten van de zorg en de uitkeringen zijn hoger dan verwacht;
  • de regionale samenwerking komt niet goed tot stand waardoor onvoldoende schaalgrootte wordt gerealiseerd en de uitvoeringskosten per gemeente te hoog worden;
  • efficiency taakstellingen worden niet gerealiseerd;
  • onduidelijkheid over de rijksbijdragen;
  • rechthebbenden worden niet bereikt met gevolgen voor de persoonlijke situatie van inwoners in de gemeente, imagoschade voor raad en college, herstelkosten e.d.;
  • de business case voor de transitie is niet goed uitgewerkt;
  • het projectbeheer is onvoldoende geregeld en niet ondersteund met adequaat risicomanagement;
  • de transitiekosten worden onvoldoende beheerst met als gevolg hoge transitiekosten’

Om te voorkomen dat de gemeente wordt verrast met deze risico’s is essentieel dat een goede risicoanalyse wordt uitgevoerd. Ook is aan te bevelen om een stresstest te laten uitvoeren waarmee de risico’s, de flexibiliteit in de begroting en de mogelijke effecten op het weerstandsvermogen inzichtelijk worden gemaakt.

Resumerend vragen de decentralisaties alle aandacht van de raad. De raad is aan zet bij het formuleren van de beleidskaders en het toezicht houden op een beheerste invoering. Laat u als raadsleden niet voor vervelende verrassingen stellen en investeer in goed risicomanagement!

 

Foto: Louise G.S. Kruf