Alleen billen wassen is niet genoeg

Door Piet van Mourik.

Een echte ‘één gezin, één plan, één regisseur’-filosofie van wijkteams is ver te zoeken. Bij eenzaamheid, schulden, verwaarlozing, verstandelijke beperking, agressie of suïcidaliteit kom je niet weg met alleen billen wassen. Wel met een multidisciplinaire aanpak.

Weten we het nog? De 3 D-innovatie van het sociale domein? Bijna 3 jaar geleden alweer. Opeens wordt alles anders. Gemeenten mogen zich via de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning direct met haar inwoners bemoeien. Een grote ambitie barst los. ‘De regierol’-kreet is niet van de lucht.

Gelukt?
Bij de start is het gemeenten echt wel helder dat het er niet eenvoudiger op wordt. Er wordt een hoop geld ingestopt. Stapeling van problemen vraagt om een ‘integrale aanpak’. Je hoeft echt niet slim te zijn om te begrijpen dat gezondheid, schulden, werkloosheid, laag inkomen, verstandelijke beperking en psychische problemen vaak samen opgaan. De ‘één gezin, één plan, één regisseur’-filosofie is geboren. Medewerkers zijn uiterst gemotiveerd en werken zich drie slagen in de rondte. Nieuwe mensen worden geworven en bestaande omgeschoold. Wijkteams schieten als paddenstoelen uit de grond.

Twijfelachtige kwaliteit?
Samenwerken met aanbieders van specialistische instellingen doet het goed in ambtelijke nota’s. Ondersteunen van bewoners op eigen kracht en netwerk, nog beter. De overtreffende trap heet integrale hulp. Zo zou het moeten, maar al snel duikt in hippe ‘Jip-en-Janneke’-stijl de ‘keukentafel’ op. Plotseling zien we de kreet ‘één gezin, één plan, één casemanager’ op het witte doek verschijnen. De regiefilosofie is wonderwel verdwenen. Globaal komt het er op neer dat de casemanager ‘keukentafelgesprekjes’ regelt, vergadert met de wijkteamleden en kletst met de wethouder. Zo wordt de regisseur gereduceerd tot ‘oppasser’.

Hoe gaat dat?
Een inwoner trekt het niet meer en verschijnt op de agenda van het wijkteam. Tijd voor de ‘WMO-casemanager’ of collega ‘consulent’ om te praten ‘aan de keukentafel’. Gewapend met een checklistje probeert deze orde te scheppen in het gewenste pandemonium van zorg. Alle aandacht gaat daarbij uit naar de ‘mantelzorger’. Het gaat immers niet om liefde en gezelligheid, maar hoeveel familie en vrienden kunnen ‘participeren in de zorg’. Zo kan het gebeuren dat het voor de ‘niet-klagende’ mantelzorger even zwaar blijft terwijl de ‘assertieve’ mantelzorger de ‘beste ondersteuning’ voor elkaar weet te boksen.

Ontbreekt regie?
Absoluut. De aanpak is ‘versimpeld’. Ieder mens neigt er nu eenmaal subjectief en onbewust naar connecties te leggen tussen verschillende informatiegebieden. Uiteraard is een casemanager of consulent in staat te onderkennen dat verschijnselen rondom gezondheid, eenzaamheid en slecht ter been lijken samen te hangen. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Het ene kan immers zonder het andere voorkomen. Juist diepere oorzaken onder de oppervlakte roepen andere zorgvragen op. Oorspronkelijk is het de bedoeling geweest dat de ‘één gezin, één plan, één regisseur’-filosofie hiervoor de extra professionaliteit zou leveren.

Relatie en ook correlatie?
Natuurlijk kan persoonlijke verzorging, helpen bij wassen, aankleden, wc gebruik, een trapliftje of het schoon houden van het huis genoeg kan zijn. Maar bij eenzaamheid, verwaarlozing, huiselijk geweld, verstandelijke beperking, agressie of suïcidaliteit kom je niet weg met billen wassen. Wel met een multidisciplinaire aanpak. Aan de keukentafel al verschil weten tussen relatie en correlatie. Elke socioloog hoest dit zo op. Met deze kennis kan regie worden gevoerd waarmee psychiaters, wijkverpleegkundigen, maatschappelijk werkers, psychologen, huisartsen, geestelijk begeleiders of pedagogen aan de slag kunnen. Met de echte ‘één gezin, één plan, één regisseur’-filosofie van de wijkteams schieten de resultaten omhoog. Werk aan de winkel dus!