Atriumlezing VNG door Arno Visser

Bron: Algemene Rekenkamer*

In zijn bijdrage voor de jaarlijkse Atriumlezing van de VNG schetst Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, hoe de wereld achter de rijksrekening een doolhof is geworden waarin kiezer, volksvertegenwoordiger en bestuurder verdwalen.

“Geachte aanwezigen,

Hartelijk dank voor uw uitnodiging om u hier vandaag toe te mogen spreken en met u in gesprek te mogen gaan. Dat ik hier als president van de Algemene Rekenkamer sta is bijzonder. Formeel heeft de Algemene Rekenkamer immers helemaal niets met de gemeente te maken. Dat is in de Grondwet vastgelegd.

Waarom dat zo is? Ik weet het niet, maar ik heb wel een theorie.

In 1814, bij de start van ons koninkrijk, was er geen nationale belastingdienst, al het publieke geld was lokaal geld. Er was in de eerste grondwet van het koninkrijk wel een Algemene Rekenkamer, maar die moest vooral in de buurt van de Haagse Hofvijver blijven. De logica was – dat is mijn theorie – omdat men in 1814 – na jaren van Franse overheersing en bijbehorende centralisatie – terug wilde naar de beginselen van de republiek. Lokaal bestuur, lokale macht en lokale belastingen. Dat had de Nederlanden honderden jaren voorspoed gebracht.” Lees meer

PRIMO: Twee van de elementen voor goede besturing (een transparante financiële architectuur en een adequate multi-level governance) – dit voor het bereiken van publieke waarden c.q. doelen en het mitigeren van publieke risico’s – worden in de toespraak van Visser met name geadresseerd. Hij begeeft zich in het kloppend hart van de democratie. Hij is kristalhelder in zijn analyse. Lezenswaardig.

*De lezing is gegeven op 5 oktober 2017 en voor het eerst door PRIMO geciteerd en gepubliceerd op 25 oktober 2017.