Beter risicomanagement dankzij nieuwe comptabiliteitsvoorschriften

Risicoparagraaf CV 1995 uitbreiden tot beheersinstrument

door Mw. Y. Adel* en G. Haisma** | B&G Magazine, november 1995

In het besluit CV 1995 is de risicoparagraaf geïntroduceerd. De paragraaf stelt gebruikers beter in staat zich een beeld te vormen van de financiële positie van de gemeenten en de provincies. De risicoparagraaf kan behalve als informatie-instrument een nuttige functie als beheers- en sturingsinstrument vervullen. In samenhang met veranderingen op de verzekeringsmarkt kan daardoor voordeel worden behaald.

In de afgelopen jaren hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan die de gedachtevorming over de risicoparagraaf hebben gestimuleerd. In dit verband kunnen als belangrijkste ontwikkelingen worden genoemd:

  • Het toenemend aantal grote, complexe projecten bij de verschillende overheden.
  • De tendens bij de overheid om de bedrijfsvoering steeds meer op bedrijfseconomische grondslagen te baseren.
  • Decentralisatie en deregulering (stichtingen, WGR, et cetera).
  • Verschuiving van preventief naar repressief toezicht op gemeenten.
  • Deelnemingen in overheids-NV’s.

De overheid, zowel Rijk als provincie en gemeente, hebben de laatste jaren steeds meer te maken met grote, complexe projecten die moeilijk beheersbaar zijn. Projecten waarmee de overheid grote risico’s loopt. Te denken vaIt aan de Oosterscheldewerken, de Walrus-affaire, de Stopera in Amsterdam, het stadhuis in Den Haag. Voor een goede samenwerking bij zulke complexe projecten is dan ook een effectief en efficiënt informatiesysteem vereist. Daarnaast is een heldere afbakening van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden zeer belangrijk. Met een goed informatiesysteem en duidelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden kunnen de risico’s die met complexe projecten kunnen worden gelopen tijdiger gesignaleerd en daardoor (beter) beheersbaar worden.

Wat het Rijk betreft, is specifieke regelgeving ontwikkeld die bij de verantwoording en controle van grote projecten moet worden gehanteerd. In de procedureregeling ‘controle grote projecten’ is onder meer bepaald dat zowel in de fase van de voorbereiding en besluitvorming als in de fase van de uitvoering de verantwoordelijke minister of staatssecretaris aan (de vaste commissie van) de Tweede Kamer informatie verstrekt. In de procedureregeling is aangegeven welke elementen deze informatie minstens moet bevatten. Sinds dit jaar hebben gemeenten een beter inzicht in hun financiële risico’s door de zogeheten risicoparagraaf, die onder de kop ‘De risicoparagraaf volgens het besluit Comptabiliteitsvoorschriften’ wordt besproken.

Een risico is het gevaar voor schade of verlies

als gevolg van interne en externe omstandigheden.

Overheidsbedrijfsvoering op bedrijfseconomische grondslagen
Bij de overheid, vooral bij de gemeentelijke overheid, is een tendens tot bedrijfsmatig werken waarneembaar. Evenals in het bedrijfsleven willen overheidsorganisaties hun bedrijfsvoering baseren op bedrijfseconomische grondslagen. Hiermee groeit ook het besef dat het voeren van een gemeentelijke huishouding risico’s met zich brengt. De gemeente loopt namelijk als iedere ondernemer risico’s in de uitvoering van haar activiteiten. Misschien wel meer risico’s dan de particuliere ondernemer vanwege het zorgvuldigheidsaspect die bij de gemeente als overheidslichaam zwaarder telt. De tendens om bedrijfsmatig te gaan werken, houdt onder meer in dat risico’s zichtbaar en beheersbaar moeten worden gemaakt. Om dit te kunnen realiseren, zullen heldere scheidslijnen moeten worden aangebracht in de bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen bestuur en management.

Decentralisatie en deregulering
Decentralisatie en deregulering zijn al geruime tijd speerpunten in het rijksbeleid. Door het verschuiven van taken en bevoegdheden van het Rijk naar provincies en gemeenten neemt de verantwoordelijkheid van gemeenten toe. De verantwoordelijkheid voor deze taken brengt voor de gemeenten risico’s met zich mee. Risico’s op het gebied van de uitvoering, het beheer et cetera. Het in beeld brengen van deze risico’s is een van de instrumenten om een verstoring in de adequate uitvoering en het beheer van deze taken en bevoegdheden tegen te gaan. Verschuiving van preventief naar repressief toezicht.

Met de nieuwe Gemeentewet is het toezicht van karakter veranderd. Het preventieve toezicht is als regel vervangen door repressief toezicht. In de praktijk betekent dit dat de gemeenten een grotere handelingsvrijheid hebben gekregen. Voor de toezichthouder is het in het nieuwe toezichtregime des te belangrijker om bij de beoordeling van de begroting een goed inzicht in de financiële positie van de gemeenten te kunnen krijgen. Dit goede inzicht wordt mede bereikt door een adequate informatieverstrekking over verwachte risico’s. Voren geschetste ontwikkelingen hebben ertoe geleid de risicoparagraaf als instrument aan te reiken. In de risicoparagraaf kan inzicht worden geboden in zaken die bepaalde risico’s met zich mee kunnen brengen.

De risicoparagraaf volgens het besluit Comptabiliteitsvoorschriften (CV 1995)
De risicoparagraaf is een compleet nieuw element in de verslaglegging van de gemeentelijke overheid. Tot begin dit jaar waren gemeenten vrij te beslissen of en op welke wijze informatie over risico’s wordt verstrekt. De gemeenteraad wordt door deze vrijheid en vrijblijvendheid niet optimaal in staat gesteld te beoordelen in hoeverre en in welke mate risico’s de financiële positie van de organisatie kunnen beïnvloeden.

Trend: verschuiving van preventief naar repressief toezicht.

Niet alleen de gemeenteraad, maar ook de toezichthouder, de burger en andere gebruikers van de gemeentelijke informatie moeten over de financiële positie van de gemeente kunnen oordelen. Het democratisch beginsel en de verplichting een getrouw beeld van de financiële positie te geven, vereisen dat er inzicht moet bestaan in de omvang en de achtergronden van risico’s waarmee rekening moet worden gehouden.

Wát moet onder een risico worden verstaan volgens het besluit CV 1995?
Een risico is het gevaar voor schade of verlies als gevolg van interne en externe omstandigheden. Het gaat hierbij om de volgende risico’s:

  • Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, omdat het niet mogelijk is een redelijke schatting van het bedrag van de schade of het verlies te maken.
  • Risico’s die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of het eigen vermogen.

Om de invloed van deze risico’s op de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, moet de gemeenteraad volledig inzicht hebben in deze zaken. In het besluit CV 1995 is voorgeschreven dat het College van B&W in de toelichting op de begroting en meerjarenraming alle risico’s moet noemen en toelichten die tot het moment van aanbieden hiervan bij hem bekend zijn. De gemeenteraad moet bij de vaststelling van de begroting deze risico’s naar de laatste stand van zaken bevestigen.

Om niet in de autonomie van de gemeente te treden, heeft de gemeente in beginsel de vrijheid te bepalen dat bepaalde risico’s niet uitgebreid worden behandeld in de toelichting. Dit kan het geval zijn als de onderhandelingspositie van de eigen organisatie tegenover belanghebbende derden daardoor wordt geschaad of verzwakt. In deze gevallen doet het College van B&W wel melding van deze risico’s, zodat de gemeenteraad geïnformeerd is en indien gewenst in besloten zittingen een nadere toelichting kan krijgen.

De vrees is geuit dat de verplichting aan het College van B&W en aan de raad alle risico’s te noemen en toe te lichten in de praktijk tot zwartkijkerij zal leiden. Om dit te voorkomen is in de voorschriften duidelijk gedefinieerd wanneer er sprake is van een risico en wordt aanbevolen ook de verwachte meevallers in beeld te brengen. Met name risico’s die moeilijk kwantificeerbaar zijn, kunnen immers positief of negatief afwijken van de verwachtingen en daarmee dus mee- of tegenvallen. Naast de risico’s die per definitie schade opleveren, zoals ongelukken en brand, kunnen er ook meevallers zijn. Een duidelijk voorbeeld is de rentestand die mee of tegen kan vallen in relatie tot de verwachting. Door zowel de tegenvallers als de meevallers in beeld te brengen, wordt een evenwichtig beeld van de financiële situatie verkregen.

De vrees is geuit dat de verplichting aan het College van B&W en aan de raad  alle risico’s te noemen en toe te lichten in de praktijk tot zwartkijkerij zal leiden.

Welke risico’s moeten in de risicoparagraaf?
De definitie van een risico is niet alleen afhankelijk van de vraag of er voorzieningen zijn gecreëerd of afwaarderingen hebben plaatsgevonden. Het hangt ook samen met de uitgangspunten van de ramingen in de begroting en in de meerjarenraming. Alleen datgene waarvoor de gemeente verantwoordelijkheid kan nemen, dat wil zeggen datgene waartoe de gemeente actie kan ondernemen of maatregelen kan treffen, is aan te merken als risico. En moet volgens de CV 1995 worden opgenomen in de risicoparagraaf.

Het is de bedoeling dat alleen die risico’s worden gepresenteerd en toegelicht die afzonderlijk of gezamenlijk van substantiële betekenis kunnen zijn voor het balanstotaal of het eigen vermogen. Door schaalverschillen bij gemeenten is het niet mogelijk een concrete invulling aan het begrip substantieel te geven. Als voorbeelden van risico’s kunnen worden genoemd:

  • Gerechtelijke uitspraken van lopende juridische kwesties.
  • Kennelijke bodemverontreiniging in gemeentegrond.
  • Beleggingen/beursspeculaties.
  • Voorzienbare exploiratieverliezen.

De risicoparagraaf als sturingsinstrument
De risicoparagraaf die volgens het besluit CV 1995 moet worden gepresenteerd, heeft dus zuiver de functie van informatie-instrument. De risicoparagraaf kan echter meer zijn dan alleen een informatie-instrument voor gemeenten. In deze tijden waarin de gemeente steeds meer eigenrisicodrager wordt, kan de risicoparagraaf als beheers- en sturingsinstrument nuttig zijn.

De schade die de verzekeraars in 1993 aan gemeenten hebben uitgekeerd, lag 50% hoger dan de ontvangen premies. Dit heeft geleid tot een stijging van de premies en van het eigen risico. Doordat steeds meer zaken in het dekkingsgebied van de verzekeringen ontbreken, met name op het gebied van aansprakelijkheden, moet de gemeente steeds meer zelf het risico dragen. Mede als gevolg van deze ontwikkelingen zou het goed zijn als het risicobewustzijn van gemeenten zou toenemen.

Gemeenten zullen op andere manieren hun risico’s willen beheersen en kosten besparen. Dit kan door de risicoparagraaf uit te breiden tot een beheers- en sturingsinstrument. Voor een breder gebruik van de risicoparagraaf kan het nuttig zijn alle risico’s te inventariseren. Ook die risico’s waarvoor een voorziening is aangelegd of die tot afwaardering hebben geleid of die verzekerd zijn. In de risicoparagraaf als beheers- en sturingsinstrument wordt niet volstaan met het melden van de verwachte risico’s, maar worden deze ook geanalyseerd en wordt aangegeven hoe de risico’s beheersbaar kunnen worden gemaakt. Voor het gebruik van de risicoparagraaf als beheers- en sturingsinstrument is het nuttig een kijkje te nemen in de leer van het risicomanagement.

Wát is risicomanagement?
In risicomanagement worden 3 fasen onderscheiden:

  • Het identificeren van risico’s.
  • Het analyseren van risico’s.
  • Het beheersbaar maken van risico’s.

Voor het maken van de voorgeschreven risicoparagraaf is met name de eerste fase van belang. De risicoparagraaf volgens de CV 1995 bestaat in feite uit een selectie van de geïdentificeerde risico’s van de gemeente.

Ook bij het voorkomen van risico’s kan risicomanagement een belangrijke rol spelen. Risicomanagement bestaat immers uit identificatie, analyse en beheersing van risico’s. In de eerste twee fasen worden de risico’s gesignaleerd en verkrijgt men inzicht in de oorzaken en mogelijke gevolgen van de risico’s. Door dit inzicht behoeven risico’s in de toekomst niet meer onverwacht voor te komen. Indien het niet mogelijk is risico’s te voorkomen, moet worden getracht deze beheersbaar te maken. Dat is dan de derde fase in het risicomanagement.

Waar komt risicomanagement vandaan?
De ontwikkeling van risicomanagement begon vlak na de Tweede Wereldoorlog bij grote Amerikaanse bedrijven uit onvrede over het verzekeringsaanbod en de bijbehorende premies. Ongeveer tien jaar geleden begon risicomanagement ook door te dringen tot de Amerikaanse overheden. Net als in Nederland werden de overheden steeds vaker aansprakelijk gesteld door burgers of personeel. Ook de hoogte van de claims nam fors toe. Het resultaat was vergelijkbaar met de situatie die wij momenteel in Nederland kennen: de verzekeringspremies stegen, de eigen risico’s gingen omhoog, het dekkingsgebied werd kleiner, enzovoorts. Dit bracht veel Amerikaanse overheden ertoe om hun risico’s opnieuw te bezien.

Van oudsher waren de meeste risico’s, net als in Nederland, verzekerd, maar de veranderende situatie noodzaakte de Amerikaanse overheden naar alternatieven te zoeken. Binnen de overheid is toen de aandacht voor risicomanagement sterk gestegen. Het risicomanagement dat door het bedrijfsleven al aardig ontwikkeld was, bleek verschillende bruikbare elementen voor de overheid te hebben. Ook Zweden en andere Scandinavische overheden zijn enkele jaren geleden met de invoering van risicomanagement begonnen, omdat ook daar de premies fors stegen. In tegenstelling tot de VS zochten de overheden daar samen met de verzekeraars naar een oplossing op dit terrein.

Van oudsher waren de meeste risico’s, net als in Nederland, verzekerd.

In de VS werd de nadruk heel sterk op preventie gelegd. Een benadering die ook voor Nederland bruikbaar is: probeer eerst risico’s te voorkomen en als dat niet lukt, probeer je de risico’s op de een of andere manier beheersbaar te maken.

Welke resultaten zijn tot nu toe in de VS geboekt?
Vroeger werd bijna 100% van de risico’s verzekerd. In de huidige situatie zijn alleen nog maar risico’s met grote financiële gevolgen (de zgn. calamiteiten) verzekerd. Alle andere risico’s worden vaak zelf door de overheidsorganisaties geadministreerd en beheerst. Deze betrokkenheid en het directe inzicht in risico’s hebben ertoe geleid dat aanzienlijke schadereductie optrad.

Ook in Nederland, waar het bedrijfsleven zich al enige tijd met risicomanagement bezighoudt, zijn behoorlijke schadereducties te bespeuren. Een kanttekening bij schadereductie is dat deze in de huidige situatie voor de Nederlandse gemeenten niet direct wat oplevert. Zolang de verzekeraars de schade betalen, merkt de gemeente daar immers niets van. Gevolg is wel dat door een toename van het aantal schaden de premies uiteindelijk door de werking van het marktmechanisme ook toenemen. Hetgeen nu al het geval is. Een afname van het aantal schaden kan op termijn tot premiebesparingen leiden, hetgeen minder kosten voor de gemeente impliceert.

De meeste Amerikaanse overheden die risicomanagement in hun organisatie hebben geïntroduceerd, dragen zelf zorg voor het beheersbaar maken van het grootste deel van hun risico’s. Een reductie van het aantal schaden door het voorkomen van risico’s is in die situatie direct in de eigen portemonnee merkbaar.

Hoe kunnen gemeenten risicomanagement vorm geven?
Risicomanagement is dus veel meer dan alleen maar informeren over risico’s, zoals voorgeschreven in het besluit CV 1995. De risicoparagraaf in de CV 1995 beperkt zich tot het noemen van een aantal risico’s. Vanuit risicomanagement kan de risicoparagraaf worden gezien als een partiële identificatie van risico’s.

De identificatiefase is zonder meer essentieel. Wil je risico’s kunnen identificeren, dan moet duidelijk zijn wat onder een risico moet worden verstaan. In zijn algemeenheid kan een risico worden omschreven als een  denkbaar negatief gevolg van een activiteit. Binnen deze omschrijving past ook de definitie in het besluit CV 1995. In dit besluit is een risico omschreven als een omstandigheid die een gevaar oplevert voor schade of verlies.

In besluit CV is een risico omschreven als een omstandigheid

die een gevaar oplevert voor schade of verlies.

In de analysefase wordt ingegaan op oorzaken en gevolgen van risico’s en de frequentie waarmee een oorzaak zich kan voordoen. Vooral de oorzaken zijn van groot belang bij een analyse. Inzicht in de oorzaken en de werking van deze oorzaken is immers belangrijk om het optreden van risico’s te voorkomen. Een gedegen analyse van de risico’s is dus van belang voor het tegengaan van vele onnodige uitgaven. In deze fase kunnen de risico’s naar categorieën worden ingedeeld. Een mogelijke indeling is de volgende:

  • Risico’s op eigendommen.
  • Risico’s op netto inkomen.
  • Risico’s op aansprakelijkheid.
  • Risico’s op personeel.

Risicomanagement legt heel sterk het accent op het beheersbaar maken van risico’s. Het beheersbaar maken van risico’s houdt in dat een evenwicht moet worden gevonden tussen enerzijds de zogenaamde ‘control’ over een risico en anderzijds het ‘financieren’ van de negatieve gevolgen bij het optreden van een risico. Vaak biedt een combinatie van ‘control’ en financiering een goede oplossing.

‘Control’ is de verzamelnaam voor technieken die zich vooral richten op de oorzaken. Enkele ‘control’ -technieken zijn: risicovermijding, risicopreventie, risicoreductie, opdeling van risico’s, dupliceren van risicolopende zaken (bijvoorbeeld een back-up van een harde schijf) en het contractueel overdragen van risico’s (bijvoorbeeld leasing).

‘Risicofinanciering’ richt zich op het afdekken van de negatieve gevolgen van risico’s. Dit afdekken van de gevolgen kan op meerdere manieren gebeuren, afhankelijk van de omvang van deze gevolgen. Mogelijke technieken zijn:

  • Het financieren van de gevolgen vanaf de lopende rekening.
  • Het creëren van bestemmingsreserves.
  • Gevolgen afdekken met geld uit geleende fondsen.
  • Het instellen van een captive (rechtspersoon die kan participeren op de markt voor herverzekeraars).
  • Contractuele overdracht van risicofinanciering (bijvoorbeeld gemeentegaranties voor burgers).
  • Het sluiten van een commerciële verzekering.

Om een risico totaal beheersbaar te maken, is vaak een evenwicht tussen ‘control’ en financiering nodig. Naast deze technieken van het beheersbaar maken van risico’s of de gevolgen daarvan, blijft er nog een element over dat niet zo gemakkelijk te sturen is. Dit element is de administratieve organisatie. Veel risico’s bevinden zich immers binnen de eigen administratieve organisatie. Te denken valt aan:

  • Het verstrekken van vergunningen.
  • Het slaan van beschikkingen.
  • Het wekken van verwachtingen.
  • Het verstrekken van onjuiste informatie.
  • Het overschrijden van termijnen bij bepaalde procedures.
  • Tegenstrijdigheden in plannen met betrekking tot de ruimtelijke ordening.
  • Uitvoeringseffecten van infrastructurele plannen, bijvoorbeeld de vervanging van een oude brug in het centrum, die kan leiden tot claims van het bedrijfsleven als gevolg van inkomstenderving. De kosten die uit deze claims kunnen voortvloeien, moet de gemeente vergoeden, maar vaak is hiermee geen rekening gehouden in de begroting. Dit is trouwens een mogelijk voorbeeld van een risico dat de gemeente niet openbaar zal willen maken en dus niet in de risicoparagraaf zal willen opnemen.

Buiten de organisatie (het gemeentehuis) kunnen risico’s optreden als gevolg van bijvoorbeeld: een slecht wegdek, losliggende trottoirtegels, het wagen- en machinepark. Deze grote diversiteit aan risico’s die gemeenten kennen, hebben vanuit het oogpunt van preventie en schadereductie een overeenkomst: de kennis, informatie en attitude van medewerkers. Een voorbeeld ter verduidelijking. Als er een gat in de weg zit, is er sprake van een risico. Als een niets vermoedende burger er met zijn auto doorheen rijdt en daardoor schade krijgt, verhaalt hij die schade op de gemeente. De claim wordt correct afgehandeld door de afdeling Financiën en de verzekeraar betaalt uit.

Om een risico totaal beheersbaar te maken,

is vaak een evenwicht tussen ‘control’ en ‘financiering’ nodig.

Echter naast deze afhandeling had de behandelend ambtenaar van de afdeling Financiën nog het volgende kunnen doen:

  • De ambtenaar had aan (de afdeling/ dienst) Gemeentewerken tevens moeten doorgeven dat er schade is geclaimd als gevolg van een gat in het wegdek. Deze afdeling/ dienst kan dan beoordelen of dit gat (niet) voorkomen had kunnen worden door bijvoorbeeld een goed wegenonderhoudsplan.
  • Ook kan een beroep worden gedaan op andere gemeentelijke medewerkers, bijvoorbeeld bij de vuilnisophaaldienst, bij signalering van een gat in het wegdek de afdeling Gemeentewerken hierover te informeren.

Door deze handelwijze kan de oorzaak van deze schade worden geëlimineerd. Het gat kan dus worden gedicht en in de toekomst kan de kans dat eenzelfde risico weer optreedt, worden verkleind. In dit voorbeeld kan de schade worden voorkomen door aan het kennispeil van de medewerkers over risico’s te werken. Hierdoor kunnen de medewerkers bepalen wat relevante gegevens  zijn die moeten worden doorgegeven. Enige algemene kennis over risico’s kan ook positief bijdragen aan de eigen houding die men heeft ten opzichte van risico’s. De verantwoordelijkheid voor het voorkomen van risico’s is namelijk een zaak van alle medewerkers. Daarnaast kunnen andere maatregelen worden getroffen die het optreden van risico’s kunnen beperken, zoals:

  • Het instellen van richtlijnen hoe te handelen bij signaleren van risico’s.
  • Het instellen van een centrale persoon voor melding. Het in één hand onderbrengen van de schademelding en de afhandeling van gevolgen. Dit vergroot het inzicht in de risico’s en maakt het beter mogelijk oorzaken in plaats van gevolgen te bestrijden.

Slot
In dit artikel is aangegeven dat de risicoparagraaf meer kan zijn dan alleen maar een informatie-instrument. De ontwikkelingen die de gedachtegang over de risicoparagraaf hebben gestimuleerd, zijn geschetst.

Zowel voor het Rijk als voor de provincies en gemeenten is het van belang risico’s te onderkennen en daarmee rekening te houden. Vanuit deze optiek is voor het Rijk een procedureregeling ‘grote projecten’ voorgeschreven, die de verantwoording en controle over grote projecten richting Tweede Kamer regelt.

Ook de risicoparagraaf voorgeschreven in het besluit CV 1995, is voortgekomen uit de gedachtenontwikkeling over risico’s. Het doel van de risicoparagraaf volgens het besluit CV 1995 is de informatieverstrekking over risico’s te verbeteren, waardoor het inzicht in de financiële positie van gemeenten kan worden verbeterd.

De risicoparagraaf kan gaan dienen

als beheers- en sturingsinstrument.

In dit artikel is betoogd dat de risicoparagraaf tevens kan dienen als beheers- en sturingsinstrument. Voor het gebruik van de risicoparagraaf als sturingsinstrument kan de leer van het risicomanagement als uitgangspunt worden gebruikt.

De ervaringen, opgedaan in het buitenland en in het bedrijfsleven met risicomanagement geven aan welke voordelen het voorkomen en beheersen van risico’s uiteindelijk opleveren. Uitbreiding van de risicoparagraaf van informatie- naar sturingsinstrument kan voordelen hebben voor de gemeente. Deze voordelen kunnen samenhangen met de veranderingen op de verzekeringsmarkt.

De stijging van het aantal schaden zal namelijk leiden tot een stijging van de verzekeringspremies en eigen risico’s. En daarmee tot een stijging van de kosten voor de gemeenten. Indien men zich er niet van bewust is dat de gemeente steeds meer eigen-risico-drager wordt, kunnen nieuwe aansprakelijkheidsclaims gemakkelijk tot een ontwrichting van de begroting leiden. Dit dan directe ongewenste gevolgen voor beleidskeuzen over het gewenste voorzieningenniveau.

Door met risico’s rekening te houden, kunnen ook gemakkelijker risico’s worden voorkomen. Dit preventieve gedrag dat niet veel meer kost dan bewustwording en informatieoverdracht, kan wel leiden tot een terugdringing van de negatieve gevolgen van risico’s. Dit heeft een directe kostenbesparing voor de gemeente tot gevolg.

Indirect kan preventie als voordeel hebben dat verzekeringspremies op termijn omlaag kunnen. Voor het voorkomen en beheersen van risico’s is een risicoparagraaf die verder gaat dan voorgeschreven in het besluit CV 1995 dus een goed bruikbaar sturingsinstrument.

*Beleidsmedewerkster Ministerie van Binnenlandse Zaken, tevens adjunct-secretaris van de Commissie voor de Provinciale en Gemeentelijke Comptabiliteitsvoorschriften.

**Student Bestuurskunde Universiteit Twente en als stagiair werkzaam geweest bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Foto: Louise Kruf.