De politiek en risicomanagement

Door Eric Frank, directeur PRIMO Nederland

De verkiezingen zijn na lange onzekerheden en veel spanning achter de rug. Nederland heeft gekozen. Tot zover zijn de kaarten geschud. Nu komt het spel. Lange onderhandelingen qua informatie en formatie. Een spel met veel risicomanagement. Daar weten door de wol geverfde politici alles van. Politiek kan alleen bedreven worden door het sluiten van compromissen. Altijd moet er water bij de wijn worden gedaan. Altijd zal de ander zich afvragen, what is in it for me, als er een voorstel wordt gedaan? Zo werkt lobby. Als men een ander wil overhalen om het eigen doel te bereiken zal altijd moeten worden bedacht dat het om een win-win zal moeten gaan. De ander zal er dus net zo goed voordeel van samenwerking of ondersteuning aan moeten beleven. Van te voren moet goed worden bedacht wat het willen bereiken van het doel zal kunnen verstoren. Dat spel in de cruciale fase van formatie zullen de politici die een coalitie willen vormen, en voorop de formateur, heel goed moeten beheersen.

Wanneer men als nieuwe regering aan de slag kan komt deel twee. Het stellen van prioriteiten die in het landsbelang, maar ook in het kiezersbelang, de samenleving, zullen moeten worden aangepakt.

Op diverse terreinen is de nood hoog. Betaalbare volksgezondheid, onderwijs, de noodzaak voor het bouwen van meer, vooral betaalbare,  woningen, verhoging van de afdracht voor defensie aan de NAVO, en last but not least de aandacht voor, innovatie van en investeringen in milieu- en klimaatdoelstellingen, waaronder water.

Dan komen de moeilijke vragen. Wat eerst: onderwijs, meer woningen, klimaat, water, cyber aanpak, defensie, veiligheid? Waar liggen de meeste risico’s en welke zouden de grootste impact kunnen hebben? Keuzes moeten niet alleen worden gemaakt, maar ook aan het electoraat kunnen worden verantwoord. Wat doet de regering met de belastinginkomsten. Het geld van de gemeenschap. Daarom is risicomanagement voor de overheid als vanzelfsprekend.

Net zo vanzelfsprekend geldt dit voor de decentrale overheden met hun vaak door de centrale overheid gedecentraliseerde uitvoeringstaken. Noem hier de decentralisaties in het sociale domein, maar ook de uitvoering van de Omgevingswet. Complexe uitvoeringstaken met veel haken en ogen (risico’s) en veel consequenties. Daarnaast zijn er nog tal van andere samenwerkingsverbanden te noemen die ook steeds groter, complexer en uitdagender worden. Al met al vergt dit gedegen kennis van risicomanagement bij bestuurders, management en de raad die tenslotte een taakstellende en controlerende functie heeft.

Het is dus zaak om gedegen op de hoogte te zijn van de bestaande kennis van en ervaringen met risicomanagement. Het volgen van ontwikkelingen op dit terrein en vooral het overdragen in de eigen organisatie, in dit geval het nieuwe kabinet, is cruciaal.

Zo zal eenieder doordrongen zijn van de aanpak om verstoringen die kunnen optreden bij het willen bereiken van het doel te kunnen voorkomen, aanpakken of bewust en verantwoord te kunnen dragen. Uiteindelijk zullen échecs politiek en bestuurlijk moeten worden verantwoord aan de belastingbetaler, de burger en dus ook de kiezer. Een uitvoerbaar regeerakkoord om de kansen te benutten, de bedreigingen het hoofd te bieden is een groot goed. Hiervoor zullen de nieuwe bestuurders wederom ambitie en capaciteit van de plannen in het oog moeten houden, de onzekerheden hierbij willen en kunnen adresseren om de publieke risico’s in toom te houden. Realistische leiders, zou dat niet geweldig zijn?