Een lastig gesprek

Uitreiking van het rapport door voorzitter Femke Halsema aan minister Henk Kamp.

Een rapport van exact vier jaar geleden, 11 september 2013, maar nog steeds erg actueel: Een lastig gesprek van de Advies Commissie Behoorlijk Bestuur, bestaande uit Femke Halsema (voorzitter), Maxim Februari, Marco van Kalleveen en Doekle Terpstra.. Het handelt over goed bestuur. Het bevat scherpe analyses, directe conclusies en heldere aanbevelingen hoe de semipublieke sector  aan kracht kan winnen als de bestaande inzichten en richtlijnen daadwerkelijk en beter worden toegepast.

Vanuit het perspectief van onze missie ‘We care about good governance” een lezenswaardig rapport voor elke bestuurder, manager en medewerker in de publieke sector en daarmee ook verrijkend voor de publieke sector en hun aansturing in deze. Lees hier de inleiding:

“Hierbij treft u de bevindingen aan van de Commissie Maatschappelijk verantwoord bestuur en toezicht in de semipublieke sector. Uitgangspunt was de taakopdracht zoals deze door de Minister is geformuleerd:

  1. het opstellen van gedragsregels voor professioneel en ethisch verantwoord handelen van bestuurders en interne toezichthouders in de semipublieke sectoren;
  2. het duiden en uitleggen van deze gedragsregels;
  3. het adviseren over de vraag hoe de gedragsregels weer kunnen gaan leven en daadwerkelijk werking krijgen in de verschillende semipublieke sectoren;
  4. het adviseren over de (praktische) rollen die de rijksoverheid in dat kader als wetgever, beleidsmaker, opdrachtgever en eindverantwoordelijke voor het borgen van publieke belangen moet en kan spelen.

Vanwege het grote belang van goed functionerende onderwijs- en zorginstellingen, woningcorporaties en andere semipu- blieke organisaties, deelt de Commissie de mening van het kabinet dat grote incidenten tot het verleden moeten gaan behoren. De Commissie stelt echter dat er geen bezweringsformule kan worden gevonden in een nieuwe lijst met regels en voorschriften voor semipublieke bestuurders en toezichthouders. Er bestaat al een groot aantal ‘codes’ waarin per sector en instelling wordt beschreven hoe toezicht, bestuur en management hun taken moeten vervullen. In bijlage 4 heeft de Commissie een niet-uitputtende lijst van al bestaande codes ter illustratie opgenomen. Deze zouden afdoende moeten zijn. Als dat niet het geval is, kan het ook een signaal zijn om aandacht te besteden aan de achtergronden van onwenselijk gedrag en de context waarin dit optreedt.

De Commissie is in haar studie en gesprekken hierover tot de conclusie gekomen dat het enkele opstellen van een overkoe-pelende lijst van do’s and dont’s geen recht doet aan de ingewikkelde en dikwijls bureaucratische structuur die organisaties in de semipublieke sector kenmerkt. Spreken in termen van een ‘moreel kompas’ van leidinggevenden in de semipublieke sector zou ook ten onrechte de indruk kunnen wekken dat de grote incidenten van de afgelopen jaren alleen het effect zijn van het immorele gedrag van bestuurders. De Commissie concludeert op basis van haar analyse dat er meer aan de hand is dan problemen met individueel bestuurlijk gedrag. Onmiskenbaar mag een aantal bestuurders en toezichthouders de ontsporing van hun instelling zwaar worden aangerekend maar de semipublieke sector kent ook weeffouten in de (politiek-)bestuurlijke ordening, in de sturingsmechanismen en de verantwoordelijkheidsverdeling. Door deze weeffouten neemt het gevaar van immoreel en bestuurlijk onbehoorlijk gedrag toe, en wordt de kwetsbaarheid voor incidenten groter.

Deze analyse heeft de Commissie ertoe gebracht de taakopdracht ruim op te vatten. Zij acht het van groot belang dat niet alleen een open bestuurscultuur ontstaat waarin over behoorlijk gedrag met elkaar wordt gepraat; ook de weeffouten in de sector zouden moeten worden hersteld. Overigens merkt de Commissie daarbij op dat naar haar oordeel een goede structuur en goede regels niet altijd volstaan om slecht gedrag te voorkomen, maar dat goed gedrag wel redding kan brengen bij een slechte structuur en slechte regels.

In dit eindrapport beschrijft de Commissie in het eerste hoofdstuk de betekenis van regels en gedragscodes voor de semipublieke sector en verantwoordt zij zich uitgebreid voor de gekozen route. In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op de weeffouten in de ordening, de verantwoordelijkheidsverdeling en de sturingsmechanismen in de semipublieke sector die gevolgen kunnen hebben voor het gedrag van betrokken bestuurders, toezichthouders en leidinggevenden. In het derde hoofdstuk wordt stilgestaan bij behoorlijk en onbehoorlijk gedrag en beschrijft de Commissie welke cultuurverandering noodzakelijk is om incidenten zo goed als mogelijk te voorkomen. Het slothoofdstuk bevat aanbevelingen aan het politieke bestuur, aan de semipublieke sector en haar verantwoordelijke bestuurders en toezichthouders.

In de semipublieke sector werken naar schatting bijna 2 miljoen mensen, er gaat jaarlijks ongeveer een kwart van ons nationaal inkomen in om en elke Nederlander krijgt vroeger of later als scholier, student, patiënt of als huurder met de sector te maken. De semipublieke sector vertegenwoordigt daarmee niet alleen een dierbaar beschavingsideaal maar ook een groot maatschappelijk belang. Dit legt een grote verantwoordelijkheid op aan de leidinggevenden in de sector om zo secuur, gewetensvol en professioneel te handelen als mogelijk is. Tegelijkertijd vraagt het van de burgers die van de diensten gebruik maken en van de politieke bestuurders die de sector aansturen, om de vele werknemers in de sector met respect en waardering tegemoet te treden. Om te komen tot grotere kwaliteit, toegankelijkheid en effectiviteit van publieke diensten is het onvermijdelijk met regelmaat een ‘lastig gesprek’ met elkaar te voeren over problemen en incidenten zoals die de sector de laatste jaren hebben opgeschrikt. De Commissie hoopt met dit rapport een bijdrage te leveren aan dit gesprek.”

Download rapport.Advies Commissie Behoorlijk Bestuur.