Een storm in een glas water!?

Communiceren over overstromingsrisico’s

Lisette van Vliet, stagiaire Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie (ERC), Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)

Samenvatting
Het Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie (ERC), onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, besteedt dit jaar veel aandacht aan het overstromingsrisico. Uit verschillende literatuur is af te leiden dat burgers in het rivierengebied zich nauwelijks voorbereiden op het risico van een overstroming, terwijl dit bij een daadwerkelijke overstroming levens kan redden. Vandaar dat het ERC graag wil weten of risicocommunicatie het voorbereidingsgedrag van deze burgers kan beïnvloeden. Dat brengt ons tot de volgende hoofdvraag:

‘Op welke wijze kan risicocommunicatie het voorbereidingsgedrag van burgers in het rivierengebied voorafgaand en tijdens een evacuatie bij hoogwater positief beïnvloeden?’

Daarnaast worden ook aanbevelingen gegeven voor de invulling van risicocommunicatie betreffende het overstromingsrisico. Er worden twee soorten burgers onderscheiden: burgers die al eerder, in ’93 en/of ’95, een dreigende overstroming en evacuatie hebben meegemaakt en de burgers in het rivierengebied die deze ervaring niet hebben. Op deze wijze wordt ook gekeken in hoeverre een overstromingservaring van invloed is op het gedrag.

Het feitelijke risico
Het overstromingsrisico moet beschouwd worden als een reëel gevaar, gezien de ligging van Nederland onder de zeespiegel en de grote kans om getroffen te worden in vergelijking met andere risico’s. Het rivierengebied is omgeven door dijkringen. De normen waar deze dijkringen aan moeten voldoen zijn vastgelegd bij de wet. Lang niet alle dijkringen voldoen nu aan de wettelijke norm. Het overstromingsrisico van een dijkring is de overstromingskans vermenigvuldigd met de overstromingsschade. De kans op een overstroming wordt elk jaar groter door de stijging van de temperatuur. De gevolgen van een overstroming in het rivierengebied zijn groot, zowel economisch gezien als voor het aantal slachtoffers. Het is moeilijk om een conclusie te verbinden aan het risico. Je zou het risico hoog kunnen noemen omdat lang niet alle dijkringen voldoen aan de wettelijke norm, maar je zou het ook als een laag risico kunnen bestempelen omdat Nederland het enige land is met wettelijke normen voor dijkringen die ook nog eens ontzettend hoog zijn.

Risicocommunicatie
Risicocommunicatie over overstromingen betreft het communiceren met burgers over de kans en de negatieve gevolgen die een eventuele overstroming met zich meebrengt. Risicocommunicatie kan verschillende doelstellingen vervullen. De doelstelling die in dit rapport gehanteerd wordt is het stimuleren van gedragsverandering en mensen aanzetten tot het nemen van voorbereidingsmaatregelen. Uit de literatuur blijkt dat risicocommunicatie de zelfredzaamheid van burgers kan vergroten en het vertrouwen in de overheid kan herstellen of versterken. In Nederland staat risicocommunicatie betreffende overstromingsrisico’s nog in de kinderschoenen. Andere landen lijken al veel verder te zijn met deze vorm van communicatie en hebben meerdere initiatieven ontwikkeld. Duidelijk is wel dat risicocommunicatie staat of valt met het inleven in de doelgroep.

De beleving van de burger Uit onderzoek van TNS NIPO blijkt dat het inderdaad slecht gesteld is met het voorbereidingsgedrag van burgers in het rivierengebied. Daarnaast hebben de inwoners een grote behoefte aan meer informatie over het risico. Risicocommunicatie is dus noodzakelijk om het voorbereidingsgedrag te verbeteren en om te voorzien in de informatiebehoefte van de inwoners. De mate waarin mensen bereid zijn zich voor te bereiden op bepaalde risico’s hangt in sterke mate samen met de manier waarop ze een bepaald risico beleven, ook wel percipiëren genoemd. Na bestudering van verschillende literatuur is de conclusie dat het al dan niet ontstaan van risicopercepties een uitermate complex proces is, dat verschilt per persoon. De risicoperceptie wordt onder andere beïnvloed door de vraag of de persoon al vergelijkbare ervaringen heeft opgedaan, de afstand tot een risico-object, de plaats waar iemand is opgegroeid, zijn idee over de beheersbaarheid van de situatie, of het risico oud of nieuw is, het vertrouwen in de zendende partij en de aandacht die de media besteedt aan het risico van overstromingen. De risicoperceptie bepaalt in belangrijke mate of burgers zich voorbereiden, en blijkt beïnvloedbaar door risicocommunicatie.

Effectieve risicocommunicatie
Een voorwaarde voor effectieve risicocommunicatie is betrokkenheid. Mensen die meer betrokken zijn hebben een grotere belangstelling en informatiebehoefte en ook een groter besef van de eigen verantwoordelijkheid. Uit de literatuur blijkt dat betrokkenheid het beste kan worden verhoogd door vaak met het onderwerp in aanraking te komen. De participatiegerichte theorie die inspeelt op verhoging van het vertrouwen en technische termen mijdt, is de beste manier om te communiceren over het overstromingsrisico. Een brochure is een geschikt middel, er moet wel rekening gehouden worden met het feit dat mensen altijd bevestiging zoeken nadat ze informatie tot zich hebben genomen. Eén kanaal om een boodschap mee te verspreiden is dus niet genoeg. Ook de gelegenheid om de boodschap te verwerken wordt verhoogd door meerdere kanalen in te zetten en de boodschap regelmatig te herhalen. Risicocommunicatie betreffende overstromingen kun je dan ook het beste benaderen als een vorm van geïntegreerde communicatie waarbij alle boodschappen en middelen op elkaar afgestemd dienen te worden. Vooral de frequentie en het medium waarmee de boodschap wordt verzonden bepalen in belangrijke mate hoe een burger de boodschap verwerkt, en dus welk gedrag volgt. Het gedrag van mensen in crisissituaties heeft ook enkele gevolgen voor de risicocommunicatie. Het blijkt dat risicocommunicatie inderdaad ingezet kan worden als opmaat naar goede crisiscommunicatie. Mensen willen in crisissituaties informatie die vooraf al gegeven kan worden. Daarnaast zijn er doelgroepen die vooraf specifieke informatie nodig hebben, waardoor ze in een crisissituatie eerder handelen.
Invulling risicocommunicatie Het communicatieproces dat ik adviseer bestaat uit twee stappen.

De eerste stap heeft tot doel de betrokkenheid verhogen, de kennis van burgers over het risico bij te spijkeren en op gelijke hoogte te brengen en het vertrouwen in de overheid te versterken. Het betreft tweerichtingsverkeer, de overheid gaat de dialoog aan met burgers. Ze maakt duidelijk dat ze veel doet ter bescherming, maar dat burgers zelf ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. De communicatie moet zo gebracht worden dat burgers aan de hand van de informatie hun eigen persoonlijk risico kunnen bepalen. Inwoners van het rivierengebied blijken al een hoger risicobesef te hebben, wat de communicatie enigszins vergemakkelijkt. Als tweede stap wordt er dan een daadwerkelijk handelingsperspectief geboden over wat burgers zelf kunnen doen ter voorbereiding op het risico. Dit betreft voornamelijk éénrichtingsverkeer.

Conclusie
Concluderend kunnen we dus stellen dat risicocommunicatie niet eenvoudig is, en dat er veel geduld voor nodig is om uiteindelijk het doel te bereiken. Als:
• de risicocommunicatie rustig wordt opgebouwd door de twee hierboven genoemde stappen te doorlopen,
• er rekening wordt gehouden met de behoeften van de ontvangers,
• de aspecten van een goede boodschap in acht worden genomen,
• en als alle communicatie uitingen tezamen een goed geïntegreerd geheel vormen.

kan risicocommunicatie daadwerkelijk het voorbereidingsgedrag beïnvloeden. Risicocommunicatie is dus zeker geen storm in een glas water. Het bovenstaande twee- stappen model is een effectief middel dat burgers het gevoel geeft betrokken te worden en de overheid de kans geeft om op een goede manier invulling te geven aan haar wettelijke verplichting.

Download rapport