Europees denken én handelen

Koos van Houdt

Koos van Houdt

Door Koos van Houdt*

Het gaat met pijn en moeite. Maar steeds duidelijker wordt dat ‘grote’ beleidsvraagstukken rondom klimaat en energie (Verklaring van Parijs), rond milieu, rond water en rond de migratiecrisis niet zijn op te lossen zonder dat in onze omgeving de Europese Unie daarin een belangrijke rol speelt. Het grote risico voor ons in dat verband is dat de nationale overheid vooral in competitie leeft met de Europese instellingen. ‘Politiek Den Haag’ heeft in dat verband ook veel minder dan de Europese overheid oog voor de rol die regionale en lokale besturen spelen bij het beheersen dan wel oplossen van dergelijke vraagstukken.

Recent verscheen bij het Montesquieu Instituut het boek ‘Van Aanvallen! Naar verdedigen?’ over de opstelling van Nederland ten aanzien van Europese integratie 1945 – 2015. Dat boek stelt in twee opzichten teleur. In de eerste plaats omdat volop de nationale politieke framing is gevolgd. Alles wat er gebeurt wordt geanalyseerd in termen van ‘eurofilie’ of ‘euroscepsis’. Het schuurt zo heen langs de – inhoudelijke – noodzaak, Europees beleid te analyseren en te toetsen op de bijdrage aan de inhoudelijke oplossing van bestaande problemen. In de tweede plaats ontbreekt daarin een hoofdstuk dat had moeten gaan over de rol van regionale en lokale besturen bij de uitvoering van dergelijke Europese beleidsarrangementen.

Dat had anders gekund en anders gemoeten. Nederland is niet onkundig van de inhoud van het Verdrag van Maastricht (1992) en ook niet van het de volgende maand te sluiten Pact van Amsterdam over een Europese Stedelijke Agenda. Er loopt een rechte lijn van het ene beleidsstuk naar de daarop volgende. Daarom moet in dit verband ook herinnerd worden aan het initiatief van Nederlandse zijde tijdens het voorzitterschap van 2004 om de Rural and Urban Agenda tot ontwikkeling te brengen. In het algemeen weten de lokale en regionale overheden in ons land echter steeds beter die Brusselse beleidsagenda te vinden, ook met stevige lobby’s in Brussel. Nu nog de echte erkenning van politiek Den Haag voor deze ontwikkeling.

We moeten anders leren denken. De Randstad is niet de navel van Nederland, maar ‘gewoon’ een sterke economische regio binnen Europa. Nederland denkt en functioneert op de Europese interne markt ook veel meer als een verzameling van regio’s, dan in politiek Den Haag wordt verzwegen en waar wordt gedacht dat Nederland één grote regio is. Aan deze agenda moet dan ook nog toegevoegd worden het groeiende belang ook voor Nederland van allerlei vormen van grensoverschrijdende samenwerking in Europa.

Daar weten ze onder meer in Groningen (energie, gezond ouder worden), Twente (nanotechnologie), Gelderland (Food Valley, mode), Brabant (HighTech Campus) en Limburg (Chemelot, deel van de regio rond Aken) ook alles van. Iedere gemeente en provincie in Nederland zou daarom zijn eigen Europese agenda moeten opstellen, waarmee eigen bijdragen worden geleverd aan de vijf belangrijkste onderwerpen die als ‘global risks’ worden beschreven in het rapport van het World Economic Forum 2016.

Het concrete handelingsperspectief voor lokale en regionale overheden voor de aanpak van publieke risico’s is volgens Van Houdt het meest gebaat bij:

“Europees denken: samenwerken tussen vier zelfstandige beheerslagen. Decentrale overheden: durf ook eens ‘voorbij’ de nationale overheid te gaan. Ontdek de relevantie van Europees samenwerken voor gewone burgers.”

*Koos van Houdt is politiek en Europees journalist sinds 1978. Hij maakt deel uit van de Nederlandse Denktank ‘From Global to Local’ 2016. Hij is eigenaar van Virtupress “Voor al uw Europese politieke informatie”.