De gemeenteraad heeft geen toekomst

Boek door Jasper Loots en Piet-Hein Peeters
Recensie door Wouter Boonstra 

‘Raad moet marginalisering niet accepteren’
 

De gemeenteraad heeft geen toekomst. Zo heet het boek van de gepromoveerde historicus Jasper Loots en journalist Piet-Hein Peeters waarin zij bestuurders en raadsleden interviewen over de staat van de gemeenteraad. ‘Gemeenteraden moeten hun positie terugveroveren.’


Te beperkte rol gemeenteraad

Loots stond de afgelopen vier jaar gemeenten vanuit een onderzoeks- en adviesbureau bij als onderzoeker en schreef naar eigen zeggen uit bezorgdheid het dinsdag verschenen boek De gemeenteraad heeft geen toekomst, samen met Piet-Hein Peeters. ‘Ik zat twee keer in de week bij gemeenteraadsvergaderingen en dacht: ik weet niet of dit nou de rol is die een gemeenteraad moet hebben. Ik vond het te beperkt. We schreven het ook als burgers. Heeft stemmen straks wel zin?’

Veel gesomber
Tot zijn verrassing waren alle bestuurders, deskundigen en raadsleden die hij benaderde bereid mee te werken. Nog meer verrast was hij door hun analyse: veel gesomber. Van iemand als Jan Mans, die acht gemeenten achter zijn naam heeft staan, had hij niet verwacht dat die het beeld niet kon bijstellen. ‘We zijn inmiddels vervallen in ritualisme’, zegt die. ‘In een verkeerd spel.’ De schrijvers pakken drie onderwerpen op waar de gemeenteraad een rol zou moeten spelen, maar dat steeds minder doet: de drie decentralisaties, de Nationale Politie en het grondbeleid.

Waar verliest de gemeenteraad het meest de grip?
‘Vooral bij de drie decentralisaties. Dat komt goed naar voren in het interview met Marijke Vos. Straks wordt het gemeentefonds verdubbeld. Er komt 16 miljard bij. Hoe gaan raadsleden dat doen? Zij heeft het gezien bij de invoering van de Wmo. Heeft de raad van tevoren nagedacht hoe ze dit enorme project ging oppakken? Ze heeft het niet gezien. Veel raden bereidden zich daar niet goed op voor.’

De transities zijn een unieke kans voor de gemeenteraden om hun positie te versterken, zegt VNG-directeur Jantine Kriens. Dat klinkt hoopvol.
‘Zeker. Ze noemde het een dienblad met de mogelijkheid architect te worden op het sociale domein. Maar zoals Vos het zegt: dit is de Wmo maal factor 10. Gemeenten moeten volle bak aan de slag en de raad moet instemmen. Daar is geen discussie over mogelijk. Volgens hoogleraar innovatie en regionaal bestuur Marcel Boogers depolitiseren de decentralisaties. Als het over de details gaat, is het al te laat.’

Maar hoezo geen discussie en de raad moet instemmen. De raad kan toch gewoon niet instemmen?
‘Er zit teveel druk op. Dat krijgen ze te horen van bestuurders en ambtenaren. Je moet dan sterk in je schoenen staan om niet in te stemmen. Dus gaat de raad mee, net als bij het grondbeleid. “Anders trekken de projectontwikkelaars zich terug’ is het dan. Maar als stempelmachine heb je niets te zeggen. Dat zie ik nu toch gebeuren en dat is een probleem.’

Waarom laat de raad dat dan gebeuren?
‘Je moet het wel durven. Soms lukt het, zoals raadslid Marry Mos uit Utrecht het voorbeeld geeft over de luchtkwaliteit, waar de raad zelf experts bij haalde. Als raad moet je keuzes maken. Volgens haar kun je wel positie hebben, maar moet je dan wel die verantwoordelijkheid nemen.

Dat gebeurt niet vaak genoeg. Een raadslid van de Stadspartij in Den Haag vond het belachelijk dat hij tot beste raadslid werd uitgeroepen, omdat alleen hij zich kennelijk zo duidelijk durfde uit te spreken.’

Verlengd lokaal bestuur is de snelst groeiende bestuurssector, schrijft u. Is dat een feit?
‘Feit is dat het snel groeit, de samenwerkingsverbanden tussen gemeenten voeren niet alleen uit, maar ontwikkelen ook, ondersteund door ambtenaren. En regionale samenwerking is ook dringend voor kleine gemeenten. Er is een verschil tussen grote en kleine gemeenten. Maar als je eenmaal in zo’n samenwerkingsverband zit, tussen sociale diensten of met de jeugdzorg, kun je er nauwelijks nog uitkomen. Het is allemaal op afstand. Je kunt als raad niet meer agenderen of sturen. Gemeenten organiseren ook hun eigen inspraak met koepels en cliëntenraden. Dat is concurrentie met de volksvertegenwoordiging en daar verliest de raad het. Ze zijn niet de regisseur van de volksraadpleging en pakken niet de regierol.’

Wat is uw conclusie na het schrijven? Doet de raad er nog toe?
‘De raad moet die positie terugveroveren. Accepteer niet dat je wordt uitgehold. Natuurlijk zijn raad en college hier allebei verantwoordelijk voor. Iemand als Mans vertelt zelfs dat hij de raad zoveel mogelijk probeerde te vermijden. Elzinga concludeert dat het dualisme niet is gelukt. De raad staat op grotere afstand en zou meer politieke keuzes kunnen maken, maar er zijn alleen meer taken naar de gemeente gegaan, niet de keuzes. De raad is een uitvoeringskantoor. Je kunt niets doen: of je bent van de verbonden partij of je hebt de bevoegdheid niet. Ik vind het ook onvoorstelbaar dat de raad besluit te bezuinigen op zichzelf. Dat een gemeentesecretaris tegen de griffier zegt: ik bezuinig zoveel, dus jullie ook 10 procent op de rekenkamercommissie. Ik begrijp dat niet. Goede democratie kost geld. Die griffier is een weeffout. Je kunt niet in je eentje de klus klaren.’

Maar ondanks alles gaat u toch weer stemmen.
‘Ja, en we wisten niet dat het daar op uit zou draaien. We wilden zelfs eerst dat de een wel ging stemmen en de ander niet, maar we doen het allebei wel om de enthousiaste en hardwerkende raadsleden een hart onder de riem te steken. Het raadslid dat zijn best doet om de raad weer “in positie’ te laten komen en zelfbewust te laten zijn. Het raadslid dat het debat wil voeren, ook al ga je er niet over. De bijtertjes die buiten de gebaande paden durven te treden. Geef hun een mandaat. Er is namelijk ook geen toekomst zonder gemeenteraad. U mag niet marginaliseren.’

Zie de uitnodiging Symposium De Staat van de Raad. Gemeenteraadsverkiezingen  2014. Datum 14 maart 2014 Universiteit Twente

bron: www.binnenlandsbestuur.nl