Grond voor Gebiedsontwikkeling

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur publiceerde in juni 2017 dit rapport. Het luistert naar de subtitel “Instrumenten voor grondbeleid in een energieke samenleving.’ Het woord risico wordt 42 maal geduid, financieel, procesmatig, voor gemeenten en bedrijven en in diverse contexten. Een gedegen rapport over een complexe wereld, die hard aan vernieuwing toe is, zeker met veel gewijzigde externe invloeden. De Raad:

“Er gaat veel aandacht uit naar de politieke keuzes bij de majeure transitie-opgaven waar Nederland voor staat (zoals energietransitie, klimaatadaptatie), maar vergeten wordt dat die opgaven samenkomen in concrete gebiedsontwikkelingen. De consultatieversie van de ‘Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet’ (hierna: de Aanvullingswet) bevat de vernieuwde regelgeving voor de instrumenten voor grondbeleid. In 2019 wordt deze Aanvullingswet opgenomen in de nieuwe Omgevingswet.

De Rli hecht groot belang aan deze Aanvullingswet omdat het (kunnen) inzetten van instrumenten voor grondbeleid belangrijk is voor het aanpakken van die gebiedsontwikkelingen. En daarmee ook voor de aanpak van die majeure transitieopgaven.

De wetgever werkt voortvarend aan de Aanvullingswet vanuit de behoefte tot harmonisatie, integratie en vereenvoudiging van de regels die nu nog in verschillende wetten zijn opgenomen. De raad stelt voorop dat het een goede gedachte is om het grondbeleid een plaats te geven in de Omgevingswet en in dat kader te harmoniseren, te integreren en te vereenvoudigen. De raad benadert in dit advies de problematiek echter vanuit een andere en meer ambitieuze insteek: vanuit de opgaven die spelen bij gebiedsontwikkelingen. Is het instrumentarium toepasbaar voor de diversiteit aan complexe opgaven, werkt het in tijden van hoog- en van laag-conjunctuur, in gebieden met veel en weinig marktvraag (zoals stedelijke regio’s en krimpregio’s) en niet alleen op lokaal maar ook op regionaal schaalniveau?

  • Vanuit deze opgavegerichte insteek komt de raad tot de conclusie dat er drie ontwerpeisen zijn voor de Aanvullingswet:
    De wet moet in de eerste plaats aansluiten op de loso e en verruimde reikwijdte van de Omgevingswet. De raad concludeert dat deze aansluiting beter kan: de uitvoering wordt nog onvoldoende geïnstrumenteerd, de instrumenten vereisen gedetailleerde planuitwerkingen die niet passen bij uitnodigingsplanologie en organische gebiedsontwikkeling.
  • In de tweede plaats moet de regelgeving alle vormen van grondbeleid ondersteunen (van actief tot faciliterend) opdat decentrale actoren zelf de instrumenten kunnen kiezen die passen bij hun opgave en bij de lokale (politieke) context. De Aanvullingswet ondersteunt weliswaar deze gedachte, maar schiet op een aantal plekken nog tekort, vooral bij het instrumenteren van faciliterend grondbeleid. Zo zou een gemeenteraad de vrijheid moeten krijgen om zelf te beslissen instrumenten ter beschik- king te geven aan uitvoerende partijen.
  • Omdat financiële tekorten een groot probleem vormen bij een tijdige aanpak van opgaven, moet de regelgeving in de derde plaats helpen bij een betere verdeling van kosten en baten in grondexploitaties. Dit vergroot de zekerheid over de ontwikkeling. Ook hier ziet de raad ruimte voor verbetering, met name als het gaat om kostenverhaal en het maken van regionale afspraken.

Vanuit de bevinding dat de Aanvullingswet op deze drie ontwerpeisen verbetering behoeft, formuleert de raad in dit advies de volgende aanbevelingen:

    1. Laat instrumenten voor grondbeleid beter aansluiten op de Omgevingswet.
    2. Geef ook uitvoerende partijen instrumenten voor grondbeleid.
    3. Koppel beroep op zelfrealisatie aan een realisatieplicht.
    4. Zorg voor meer procedurele versnelling bij onteigening.
    5. Heroverweeg invoering stedelijke kavelruil.
    6. Verruim en vereenvoudig mogelijkheden voor kostenverhaal.
    7. Verbreed de business case.
    8. Instrumenteer regionale samenwerking en verevening.

De aanbevelingen van de raad zijn gericht op het moderniseren van de regelgeving. Partijen die betrokken zijn bij gebiedsontwikkelingen dienen de beschikking te krijgen over een instrumentenkoffer die nu en in de toekomst voldoende houvast biedt bij het realiseren van duurzame oplossingen voor de vele opgaven in de fysieke leefomgeving.

Tot slot hangen de aanbevelingen onderling samen. Voor een zorgvuldige verwerking van een aantal daarvan in de wettekst is waarschijnlijk meer tijd nodig dan in het huidige traject voorzien. Een uitstel van de invoering van de Aanvullingswet van een of twee jaar is daarom een reële optie. Het is ook denkbaar dat de wetgever kiest voor een aanpassing in tranches: quick wins verwerken in de tekst van 2019 en een verdere aanpassing van de regelgeving een of twee jaar later. Bovendien vraagt de raad aandacht voor de implementatie van de nieuwe regelgeving.

Dit advies bestaat uit twee delen. In deel 1 staan de hoofdlijnen van het advies, in deel 2 voorziet de raad de aanbevelingen van achtergrondinformatie.”

Download Grond voor Gebiedsontwikkeling