Haags gegniffel over Klimaatwet beetje ongepast

Koos van Houdt

Koos van Houdt*

DEN HAAG/BRUSSEL – Alle zegen komt uit Den Haag. Dat is wat nationale politici graag duidelijk maken aan de gewone Nederlanders. Dat bleek eerder deze week weer eens bij de grootscheepse presentatie in het gebouw van de Tweede Kamer van een nieuw voorstel voor een Klimaatwet. Alsof het veel uitmaakt wat er op deze speldenknop van de wereld wordt gedaan aan vermindering van de uitstoot van broeikasgassen als CO2.

Je kunt dat Haagse gegniffel ook anders omschrijven. Het is witwassen van Europees beleid, wanneer niet aan gewone mensen wordt duidelijk gemaakt dat zo’n wet er gewoon komt, omdat ook wij ons aan afspraken willen en moeten houden, die in Brussel zijn gemaakt. Veel belangrijker voor deze strijd voor het klimaat was daarom de gebeurtenis een week eerder in Brussel.

Niet dat er veel over terug te lezen was in de krant. Maar wel was er politieke overeenstemming tussen alle lidstaten en het Europees Parlement over een wetsvoorstel van de Europese Commissie. Daarin staat onder meer dat elke lidstaat zich verplicht de Europese afspraken voor energie en klimaat vast te leggen in een klimaatwet en een klimaatplan.

Formeel duurt het nog tot oktober voor de handtekeningen gezet kunnen worden. Dan keurt het Europees Parlement in plenaire zitting de afspraken goed. Maar in politieke zin is er geen twijfel meer over deze goedkeuring. Na de afspraken van 20 juni weten we wat de Europese Unie wil.

Als Nederland een geloofwaardig klimaatbeleid wil voeren dan is het maar het beste de plannen te laten schakelen met dergelijke Europese wettelijke afspraken. Sinds twintig jaar doen we dat al met onze milieuwetgeving. Aanvankelijk was de provincie het belangrijkste bestuursorgaan voor de milieuwetgeving. Maar gaandeweg is dat overgenomen door de Europese Unie. Sinds het jaar 2000 is gebouwd aan het Huis van de Nederlandse Provincies in Brussel onder meer om gezamenlijk invulling te geven aan het effectief vertalen van deze Europese regelgeving in provinciaal beleid.

Stapje voor stapje, maar voor iedereen zichtbaar heeft de Europese Unie een leidende rol op zich genomen op het terrein van milieu, energie en klimaat. De Unie onderhandelt namens ons allemaal op mondiaal niveau over klimaatafspraken. Daarbij speelt Europa vaak ook een leidende rol. Het is nog meer vanwege de voortrekkersrol van de Europese Unie, dan vanwege de stimulerende leiding van Frankrijk, dat in december 2015 het Akkoord van Parijs is tot stand gekomen.

Wat voortdurend opvalt is dat Nederland altijd een beetje in de achterhoede bungelde als het ging om het realiseren van Europese doelstellingen voor milieu, energie en klimaat. De eerste grote afspraken op dit vlak werden in de Europese Unie gemaakt onder het heldere motto: 202020 in 2020. Over twee jaar moet de Europese Unie onder meer 20% minder uitstoot van broeikasgassen hebben dan in 1990.

Die betrekkelijk gemakkelijk te halen doelstelling was te veel voor ons landje in de delta van de Rijn. Eerder zaten we er al ongemakkelijk bij omdat we maar steeds niet konden voldoen aan de Nitraatrichtlijn en aan de afgesproken Europese normen voor de uitstoot van fijnstof. Er was steeds begrip vanuit Brussel, want onze ligging in de delta betekende nu eenmaal ook dat Nederland als het ware het afvalputje van de Europese Unie was.

We willen graag ons leven beteren. Maar gelet op deze geschiedenis is het wat lachwekkend onze Haagse politieke vrienden zichzelf op de borst te horen roffelen bij de uitspraak dat we in 2030 niet op 40% (huidige Europese afspraak), niet op 49% (regeerakkoord), maar zelfs op 55% reductie van uitstoot van het broeikasgas CO2 willen zitten.

O ja, dat moet wel een Europees afgestemde doelstelling worden. Maar Nederland in de bestuurdersstoel? Dat is een overschatting van onze Europese positie. Sterker nog, de kritiek op de voorgestelde klimaatwet is dat het om mooie intenties gaat en niet om afdwingbare doelstellingen. Maar die staan dan ook niet in een nationale wet, maar in de Europese wetgeving.

In ieder geval is het van groot belang ons te realiseren dat we inzake energie en klimaat niet los van het afgesproken Europese beleid kunnen. Het is niet voor niets dat we de Europese Commissie in het veld hebben gestuurd om beleid voor te stellen. We hebben immers een Europese interne markt. Op die markt willen bedrijven eerlijk kunnen concurreren. Daarom moeten ten aanzien van milieu, energie en klimaat – allemaal kostenposten voor het bedrijfsleven – dezelfde Europese spelregels gelden. Het is al net als bij het migratiebeleid: we kunnen niet zonder een Europees geharmoniseerd stelsel.

Dus, goed dat er in Nederland een voorstel voor een klimaatwet ligt. Goed ook dat wordt gewerkt aan een Klimaatplan. Maar dat is allemaal huiswerk dat we gewoon moeten maken omdat we dat hebben afgesproken in Europees verband. Niets dus om ons in Den Haag voor op de borst te roffelen.

Er is daarvoor zo in de jaren voor 2000 in de wetenschap en sindsdien in de Europese politiek een nieuw begrip ontwikkeld: multilevel governance. Het begrip is steeds meer in de plaats gekomen van het beroemde en beruchte begrip ‘subsidiariteit’. Het gaat er minder om wetgeving en beleid op een zo laag mogelijk niveau te maken. Nee, het moet er vooral om gaan alle verschillende bestuurslagen zinvol te binden aan gemeenschappelijk vast te stellen wetgeving.

Wat premier Rutte ook zegt, er is in de praktijk voortdurend sprake van een ‘ever closer Union’. Rutte houdt niet van dat begrip en in een persconferentie in Straatsburg na afloop van zijn ‘bekeringsrede’ op 13 juni in het Europees Parlement zei hij, nog steeds niet van dat begrip te houden. Maar het is wel staande praktijk.

De goede raad die daaruit voortvloeit is dat op alle bestuurslagen en in onderlinge samenhang wordt bezien hoe aan ons klimaatbeleid en aan de energietransitie het beste kan worden vormgegeven. ‘Multilevel governance’ leidt dan tot zinvolle taakverdelingen tussen Europees, nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. Dat kan nog wel wat beter worden uitgewerkt. Maar Haags gegniffel over het eigen succes is in dat verband een beetje ongepast.

*(red.) In 2016 met de Mérite Européen onderscheiden Europees correspondent, zelfstandig journalist en eigenaar van Virtupress.