Het informeren van de burger over ongevalsrisico’s

Een kwestie van Gezond Boeren Verstand?
Een onderzoek in Twentse gemeenten naar variabelen die van invloed zijn op de juridische conformiteit bij het communiceren met, en informeren van burgers over de risico’s op rampen en zware ongevallen.

J.P. Meerenburgh, student deeltijdopleiding Bestuurskunde aan de Universiteit Twente (2002-2005)
Bron: Hulpverleningsdienst Regio Twente, augustus 2005

Samenvatting
Onze samenleving kent een breed scala aan risico’s. Bij een risicovolle situatie, zoals bedoeld in dit onderzoek, gaat het om de voorstelbare rampen of zware ongevallen die grote (fysieke) schade berokkenen aan de gezondheid van mens en dier, aan het milieu en die grote materiele/ financiële schade kunnen veroorzaken. Al geruime tijd rust er een wettelijke verplichting bij gemeenten om de inwoners te informeren over de risico’s die zich in hun leefomgeving kunnen voordoen. Ook dienen gemeenten bij plannen over die risico’s met burgers te communiceren. Het blijkt in de praktijk dat gemeenten verschillend omgaan met deze verplichtingen. Dit kan leiden tot onwenselijke situaties. Immers, de wettelijke verplichtingen zijn er niets voor niets. Zij zorgen er juist voor dat mensen niet ongelijk behandeld worden, dat burgers zijn beschermd tegen machtsmisbruik door de overheid en zij geeft bestuursorganen verantwoordelijkheden en bevoegdheden om bijvoorbeeld onveilige situaties in de openbare ruimte te kunnen handhaven en bestraffen. Het klinkt logisch dat inwoners van gemeenten met soortgelijke risico’s, soortgelijke informatie krijgen van hun lokale overheid. Spoorwegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en effecten van ongevallen met gevaarlijke stoffen bij inrichtingen houden zich natuurlijk niet aan gemeentegrenzen.

Op het terrein van risicocommunicatie en het verstrekken van risico-informatie is de laatste jaren veel wetenschappelijk onderzoek verricht. Veel van die onderzoeken gaan in op de psychologische effecten op burgers, of op technische rekenmodellen voor een objectieve analyse en waardering van een risico. Beide vormen van onderzoek leidden tot handleidingen waarmee gemeenten hun risicocommunicatie- en informatiebeleid kunnen opzetten. Deze handleidingen gaan vaak niet in op de vraag aan welke juridische voorschriften gemeenten moeten voldoen, wil hun beleid voldoende conform de wetgeving zijn. En, dit is nu juist voor gemeenten de legitieme basis om beleid te definiëren en uit te voeren.

In dit onderzoek is allereerst bekeken in welke mate gemeenten in Twente voldoen aan de relevante juridische voorschriften. Op voorhand is aangenomen dat gemeenten met een vastgesteld rampbestrijdingsplan in hun risicocommunicatie en –informatieactiviteiten beter aan de juridische voorschriften voldoen dan gemeenten zonder. Om de zogenoemde ‘mate van juridische conformiteit’ te kunnen toetsen is een juridisch minimumkader gedefinieerd. Dat minimumkader bestaat uit alle juridische voorschriften uit wet- en regelgeving die iets zeggen over de taken en bevoegdheden van het lokale bestuur bij risicocommunicatie en het verstrekken van risico-informatie. Uit het onderzoek is gebleken dat de rampbestrijdingsplangemeenten in hun risico-informatie-uitingen beter op de conformiteitsmaatlat scoren dan gemeenten zonder. Alle gemeenten scoren overigens even goed op de mate waarin risicocommunicatieprocessen voldoen aan de juridische voorschriften.

Een tweede vraag is dan interessant; welke variabelen zijn van invloed op die aangetroffen mate van conformiteit? Uit theoretische en empirische onderzoeksperspectieven zijn de variabelen ‘kennen’ van juridische voorschriften, het ‘kunnen’ hanteren van juridische voorschriften en het ‘willen’ voeren van juridisch conform beleid geselecteerd als mogelijke invloedsvariabelen. Bekeken is of deze inderdaad op de Twentse praktijksituatie van het verstrekken van risico-informatie van toepassing waren.

De conclusie is dat de variabelen inderdaad bijdragen aan de mate waarin gemeenten voldoen aan de wet tijdens het informeren van hun burgers over de risico’s. De kennis die respondenten van de relevante juridische voorschriften hebben blijkt in sterke mate samen te hangen met de tijd die zij krijgen om zich erin te verdiepen. Hier is tevens de samenhang met de variabele ‘kunnen’ te bespeuren.

Verder blijkt de door de besluitvormers ervaren grootte van het risicoprofiel en de kennis die zij hebben over hun verantwoordelijkheid inzake het verstrekken van informatie over die risico’s, van invloed te zijn op de bestuurlijke wil om aandacht, en daarmee ook personele capaciteit en financiën aan dit thema te besteden. Een opvallend resultaat is verder dat de gemeenten zonder rampbestrijdingsplan de burgers in principe over alle risico’s op het grondgebied willen informeren, terwijl de gemeenten met rampbestrijdingsplan hierin enige nuance aanbrengen. Zij zijn veeleer van mening dat burgers informatie dienen te krijgen over de risico’s die de grootste schadelijke effecten kunnen veroorzaken, en over de risico’s die in hun lokale samenleving als risicovol worden ervaren.

Twee extra variabelen bleken eveneens van invloed op die mate van juridische conformiteit, namelijk de grootte van de gemeente ( en daarmee de grootte van bijvoorbeeld het ambtenarenapparaat) en de beleidsfase in de ontwikkeling van risicobeleid waarin de gemeente verkeert. Zo tonen resultaten dat Hengelo (Ov), – de grootste gemeente qua inwoners en de gemeente doe eveneens haar risicoprofiel goed in beeld heeft- , het beste scoort op de maatlat van juridische conformiteit bij het verstrekken van risico-informatie aan haar inwoners.

Download volledig rapport