Het volk spreekt

In verband met het honderdjarig jubileum van het algemeen kiesrecht en de actuele discussie over de opkomst van populisme in de politiek in Nederland en daarbuiten, heeft de redactie ervoor gekozen het Jaarboek 2017 in het teken te laten staan van de Nederlandse bevolking.

Daarbij staat de vraag centraal hoe ‘het volk’ in het verleden heeft geprobeerd bij de politiek in beeld te komen en welke wisselwerking tussen volk en parlement er heeft plaatsgevonden.

Dit wordt uitgewerkt aan de hand van artikelen over onder meer de verzoekschriften die de Nationale Vergadering en het parlement in de 18de en 19de eeuw hebben ontvangen, de volkssoevereiniteit in de Bataafse Grondwet en de verdwijning van dit concept, ordeverstoringen door het publiek in het parlement, massademonstraties in de jaren 1980, de ‘verbeelding’ van het volk in cartoons, en de contemporaine worsteling van de politieke elite met ‘het volk’.

Contact tussen burgers en parlement
Dit Jaarboek staat in het teken van de vraag hoe ‘het volk’ in het verleden heeft geprobeerd bij de politiek in beeld te komen. Welke vormen van contact waren er tussen burgers en parlement? Welke voorstellingen bestonden er in de politiek van het volk? Tot welke wisselwerking leidde dat tussen burgers en parlement? Zoals altijd met herinneringen aan onlangs overleden (oud-)politici, recensies, interviews en een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het parlementaire jaar 2016-2017.

Ten Geleide:
“Het is dit jaar honderd jaar geleden dat in Nederland het algemeen mannenkiesrecht werd ingevoerd; in 1919 volgde ook het kiesrecht voor vrouwen. Het volk werd politiek mondig. Ter gelegenheid van het eeuwfeest van deze democratische verworvenheid zullen verschillende evenementen plaatsvinden en historische publicaties verschijnen. De redactie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis sluit zich graag aan bij de jubeljaren 2017-2019. Zij zal in de editie van dit jaar weliswaar niet zozeer terugkijken op de kiesrechtuitbreidingen zelf, maar kiest met het thema ‘het volk spreekt’ wel voor verbreding en verdieping van het historisch fenomeen waarvoor deze uitbreidingen symbool staan.

Ook los van de herdenkingskalender is het volk alweer een tijdje hot, zowel onder historici als in de politiek. Natuurlijk zijn de kiezers, de mensen in het land, de hard- werkende Nederlanders, of hoe zij door de jaren heen ook genoemd zijn, nooit echt weggeweest uit het blikveld van politici, maar zoals Mart Rutjes en Tjitske Akkerman in dit jaarboek laten zien, is er de afgelopen decennia sprake van verschillende ont- wikkelingen – de opkomst van het populisme niet in de laatste plaats – die maken dat de (veronderstelde) wensen en grieven van burgers zichtbaarder zijn geworden in het politieke debat. Zelfs ‘het volk’ als begrip is de laatste jaren weer in toenemende mate salonfähig geworden. Historici liepen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw al eens warm voor ‘history from below’, maar daarna maakte dit plaats voor andere modes. Inmiddels is geschiedenis van onderaf weer helemaal terug, nu ontdaan van de marxistische agenda van weleer, en is deze stroming ook internationaal vooral popu- lair onder politiek historici die willen weten hoe ‘gewone mensen’ de politiek beleefden of eraan deelnamen.

Chronologisch beslaan de bijdragen in dit jaarboek ditmaal de gehele periode waarin Nederland een modern parlement heeft gekend, van het laatachttiende-eeuwse revolutietijdvak tot het heden. Thematisch staan in de meeste bijdragen de manieren centraal waarop de burger door de jaren heen in beeld is gekomen bij politiek en parlement. Het kan hierbij gaan om burgerinitiatief in de vorm van burgerbrieven (Van de Griend, Oddens), massapetities (Van den Bos, Janse, Oddens), of protestacties (Van den Bos, Slagter), alsook om de publieke opinie zoals die wordt weergegeven door kiezersonderzoek en opiniepeilingen (Kaal en Meijer). Uiteraard besteden verschillende auteurs (Van den Bos, Kaal en Meijer, Janse, Rutjes) ook aandacht aan de wijze waarop de politiek de stem van de burger heeft uitgelegd en meegewogen; opvallend vaak vormen de momenten waarop het volk zich laat horen voor politici aanleiding zich uit te spreken over wat de volksstem hun waard is (zoals tijdens het Kamerdebat over het Oekraïnereferendum). Wat in verschillende bijdragen tevens naar voren komt, is dat we manifestaties van de volksstem niet zonder meer kunnen beschouwen als ‘activisme van onderaf’ (Van den Bos), maar dat we per geval heel precies moeten kijken naar de mobiliserende rol van politieke en maatschappelijke organisaties. In het interview laat Eerste Kamerlid Hans Engels (d66) zijn licht schijnen over de begrippen ‘volk’, ‘burger’ en hun representatie.

Het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis is een uitgave van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, verbonden aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Het jaarboek wil in zo breed mogelijke kring belangstelling wekken voor de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Doorgaans liggen actuele thema’s of gebeurtenissen ten grondslag aan de onderwerpskeuze van de historische artikelen. In het jaarboek komen niet alleen wetenschappers aan het woord, maar ook journalisten en (oud-)politici. In alle bijdragen is het Nederlandse parlement in een nabij of ver verleden uitgangspunt van beschouwing; zijn positie en handelen sinds de opkomst van het parlementaire stelsel in 1848 staat steeds centraal.

Het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis kwam mede tot stand dankzij de steun van het bestuur van de Stichting Parlementaire Geschiedenis (Thom de Graaf [voorzitter], Sybrand van Haersma Buma [vicevoorzitter], Rutger Zwart [secretaris- penningmeester], Angelien Eijsink, Frank de Grave en Arie Slob) en de wetenschappelijke raad (Remieg Aerts, Paul Bovend’Eert, Ruud Koole en Gerrit Voerman) die het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis en de redactie met waardevolle adviezen terzijde stond. Onze dank gaat tevens uit naar Rowin Jansen voor het zoeken naar illustraties en het opstellen van de lijst met afkortingen.”

Anne Bos, Jan Willem Brouwer, Hans Goslinga, Joris Oddens Jan Ramakers, Hilde Reiding.