Ka­bi­net moet ‘tran­si­tie’ meer cen­traal stel­len in toe­kom­stig be­leid

Raad van State

PRIMO: met de moeizame en kostbare transitie in het sociaal domein nog vers in het geheugen en de transities zoals de omgevingswet, digitale transformatie, circulaire economie, klimaatadaptatie en energietransitie ‘voor de boeg’, komt de Raad van State ter zake en formuleert naar aanleiding van de Miljoenennota 2020 haar advies inzake ‘Randvoorwaarden voor succesvolle transities’.

Het is in feite een impliciet en inclusief advies voor good governance, publieke waardebereiking en effectiviteit en daarmee voor publiek risicomanagement. En een advies ook om mogelijke afwijkingen van de door ons gestelde doelen of geformuleerde waarden (de definitie van ‘risico’ zoals gegeven door gezaghebbend professor Ortwin Renn) te beperken.

De Raad van State geeft daarmee impliciet ook handvatten voor bestuurders en managers van lokale en regionale publieke organisaties, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, hun verbonden partijen, alsmede voor hun koepelorganisaties inzake de aanpak van deze transities.

De Raad van State: “Transitieopgaven moeten een veel centralere rol krijgen bij de voorbereiding van en besluitvorming over beleid dan nu het geval is. De vier randvoorwaarden voor succesvolle transities:

1) Goede voorbereiding
Een succesvolle transitie staat of valt met een goede voorbereiding waarin na adequate analyse duidelijke keuzes worden gemaakt. Daarbij moet de uitvoering van wet- en regelgeving serieus worden genomen, van de technische uitvoerbaarheid in geautomatiseerde systemen tot de uitvoerbaarheid in termen van capaciteit en het verminderen van complexiteit.

2) Houd rekening met het burgerperspectief
Door de noodzaak van hervormingen goed uit te leggen en te luisteren naar bezwaren en problemen van burgers, kan draagvlak worden gecreëerd. Maar het burgerperspectief vraagt ook om rekening te houden met wat mensen (aan)kunnen. Met de juiste ondersteuning (informatie, kennis en zo nodig financiële middelen) kunnen burgers de gewenste verandering doormaken.

3) Voldoende financiële middelen voor de overheid
Aan de ene kant moet de overheid binnen de kaders van het trendmatig begrotingsbeleid voldoende financiële middelen hebben om de benodigde structuuraanpassingen te kunnen uitvoeren. Maar de Afdeling advisering vraagt daarnaast ook aandacht voor het creëren van (begrotings)ruimte voor investeringen in het toekomstige verdienvermogen van Nederland.

4) Voldoende financiële middelen voor huishoudens
Voldoende financiële middelen zijn ook voor huishoudens cruciaal. Het maakt hen minder kwetsbaar en stelt hen in staat mee te veranderen. De vrije bestedingsruimte van Nederlandse huishoudens is echter beperkt. Hierdoor zijn zij ook kwetsbaar voor de gevolgen van transities. De Afdeling advisering geeft het kabinet in overweging nader te onderzoeken in welke mate de lasten voor huishoudens draagbaar blijven bij gestegen kosten voor met name zorg en pensioen. Het is ook van belang dat extra verdiend inkomen daadwerkelijk leidt tot extra bestedingsruimte, wat op dit moment niet altijd het geval is.”