Loslaten betekent gebrek aan visie

Door Piet van Mourik*.

Veranderen, reorganiseren, samenwerken, aanpassen. Het zijn allemaal termen die we dagelijks horen in gemeenteland. Ze gaan om één ding. Gemeenten zouden sloom zijn, de wereld verandert razendsnel en gemeenten doen hun best deze bij te benen.

Loslaten als panacee?
Het klinkt chic en sympathiek. Gemeenten maken graag gebruik van de heilig verklaarde kreet “loslaten”. Niet te ontkennen valt dat er meer dan de buurtbarbecue overgelaten kan worden aan actieve inwoners. Inwoners zijn immers geen stumperds. “Loslaten” als gemeentevisie betekent echter in werkelijkheid “geen visie”. Gemeenten die zo proberen maatschappelijke coalities tot stand te brengen dragen oogkleppen. Binnen de kortste keren bestaat de gemeente uit een legertje politieke en ambtelijke “Paulus de Boskabouters”.

Hoezo?
Het “loslaten” wordt ontroerend geframed met termen “op eigen kracht” en in de weer zijn “met eigen “verantwoordelijkheid”. Niet zo handig in een samenleving die barst van de proleten die prima in staat zijn om uitstekend voor zichzelf te zorgen en daarbij de gemeente voor hun karretje spannen. Zo slingeren gemeenten machteloos tussen onbewust speelbal of handlanger van gevestigde instituties en slimme professionele belangengroepen. Neem de hoofdstad. Aan de leiband van een groepje middenstanders toont Amsterdam haar machteloosheid tegenover recreatiewildgroei. Door voorrang te geven aan het airbnb-virus explodeert een luxe ‘onroerendgoedbubbel waar niemand woont’. Zo helpt visieloosheid in korte tijd het sociale regelsysteem van de stad naar de knoppen.

Wat dan?
Het algemeen belang gaat niet om “loslaten” maar op een eigentijdse manier “anders vast houden”. En “anders vasthouden” vereist een visie die met alle inwoners samen wordt opgesteld. Dan gaat betrokkenheid gelijk op met een brede kijk op de samenleving. Keer op keer helder gecommuniceerd vanuit een inhoudelijk sterke boodschap werkt dan wel. Inwoners willen immers dat de gemeente laat zien waar ze voor staat en dat op basis hiervan transparante beslissingen worden genomen. Als de gemeente dan eens uit moet wijken kan ze dat zonder erom heen te draaien vertellen. Zo ervaren inwoners het resultaat direct als hun belang.

Hoe?
Of het nu om openbare orde, economie, sociale zaken, zorg, welzijn, integratie, onderwijs, ruimtelijke ordening, wonen, milieu, cultuur, sport en recreatie gaat. Een moderne gemeente kan weinig meer alleen. Dit vraagt om regie. “Machine-bureaucratische” gemeenten kunnen dit niet. Wil ze haar democratische rol invullen dan loopt dat langs de lijnen “samen maken”. “samen doen” en “opdrachtgeven”. Vanuit hier worden al dan niet zelforganiserende teams rondom vakgebieden opgezet.

Simpel?
Nee. Regisseren gaat net zo goed over stimuleren, faciliteren, stimuleren als over tijdig raadplegen, adviseren tot beslissingen overlaten aan inwoners. Aanpassen en veranderen vraagt veel soorten kennis en nieuwe vaardigheden van politiek, bestuur en ambtenaren. Democratie gaat feitelijk om de balans tussen burgerparticipatie en overheidsparticipatie. Zonder door alle inwoners gedragen visie is de gemeente een ‘stuurloos schip in een gevaarlijk oorlogsgebied’.

Maar de nieuwe noodzakelijke kennis en vaardigheden vergen uithoudingsvermogen. Een paar daagjes op de hei gaat niet werken. Langdurige training en theoretisch inzicht wel. Dit zorgt ervoor dat kennis en vaardigheden niet alleen worden ontwikkeld maar ook up-to-date blijven. Ben wel benieuwd hoelang het nog duurt voor de ‘loslaten-dwaalsluier’ wordt verlaten. Tot die tijd blijft het verbazingwekkend hoeveel gemeenten zich door de “loslaten”-bevlieging met open ogen om zeep helpen.

* Piet van Mourik is Directeur Stichting De regisserende Gemeente