Meer bestuurskracht nodig voor energietransitie

Bron: Provincie Noord-Brabant, Panteia.

Er is in Brabant meer bestuurskracht nodig om in 2050 een energieneutrale provincie te zijn. Er bestaan grote verschillen tussen gemeenten in de aanpak van de energietransitie. Met name kleine gemeenten blijken onvoldoende toegerust om lange termijndoelstellingen zelfstandig op te pakken.

Dit concludeert Panteia in haar onderzoek in opdracht van de Vereniging Brabantse Gemeenten (VBG) en de provincie Noord-Brabant. Panteia ziet een grotere faciliterende rol voor de provincie weggelegd om bijvoorbeeld regionale samenwerking te stimuleren.

Vooral grotere gemeenten hebben een visie op het thema energietransitie ontwikkeld en geven daar uitvoering aan. De meeste kleinere gemeenten hebben het thema niet of nauwelijks opgepakt, en dan vooral in de vorm van afzonderlijke initiatieven en projecten, stellen de onderzoekers. Wel constateren zij dat er veel projecten draaien en plannen in ontwikkeling zijn. Van samenwerking tussen gemeenten en regionale strategieën is echter nog weinig sprake, stellen zij. De volgende vraag:

“Hoe stond in het onderzoek centraal; hoe zorgen gemeenten en provincies er voor dat burgers en organisaties op het gewenste verandertraject komen inzake de Energietransitie en welke interne en externe factoren zijn hierbij bepalend voor succes en falen?”

Bestuurskracht
Uit dit onderzoek blijkt dat er grote verschillen zijn tussen Noord-Brabantse gemeenten in hoe ver zij zijn met de Energietransitie en in hoe zij deze aanpakken. Bestuurskracht is hierbij een belangrijke factor. Er zijn gemeenten die in zekere of zelfs hoge mate inzetten op het genereren van besliscapaciteit en uitvoeringscapaciteit op dit thema, maar er zijn ook gemeenten die dit niet of onvoldoende doen. Vooral grotere gemeenten (en enkele kleinere) hebben een visie op dit thema ontwikkeld en geven hier in de praktijk uitvoering aan. Aan de andere kant van het spectrum vinden wij vooral kleinere gemeenten, die het thema nog niet of nauwelijks hebben opgepakt. Daartussen bevindt zich een aantal gemeenten dat vooral op projectmatige basis bezig is met de Energietransitie.

Positief is dat er veel plannen zijn ontwikkeld en in ontwikkeling en dat er veel projecten draaien. Er is echter bepaald geen sprake van een synchrone ontwikkeling op dit thema binnen het palet aan Brabantse gemeenten, laat staan dat er sprake is van enige regie. Iedere gemeente gaat zijn eigen weg en interpreteert de opgave op zijn eigen manier (voor zover men hier al mee aan de gang gaat). Men kan binnen de eigen gemeente de ‘quick wins’ realiseren. De effecten hiervan voor het realiseren van de veel grotere ambities zijn echter beperkt. Men zoekt zijn heil dan buiten de gemeentegrenzen in samenwerkingsverbanden met andere gemeenten, of in de regio. De regionale strategieën lijken veelal nog in ontwikkeling en hier en daar al tot resultaat te leiden, maar nog niet op grote schaal effectief.

Voor kleinere gemeenten geldt sowieso dat men de bestuurskracht voor het aangaan van de energietransitie niet zelfstandig kan realiseren en de opgave voor 2050 niet zonder hulp kan of wil oppakken.

De rol van de provincie
De energietransitie is hiermee niet alleen een gemeentelijke opgave, maar heeft zich ontwikkeld tot een regionale of zelfs provinciale opgave, waarbij aangetekend dat nu iedere gemeente of regio zelf het wiel aan het uitvinden is. Dit is niet bevorderlijk voor een doelmatige en effectieve aanpak van de energietransitie en de gewenste versnelling hierin. Wij zien hier dat er ruimte is voor de provincie Noord-Brabant voor een sterkere faciliterende rol (dus een sterker beroep op de uitvoeringskracht van de Provincie):

  • Ondersteuning van besliscapaciteit bij vooral kleinere gemeenten. Dit houdt onder andere in definiëring van doelen, bijdrage aan het opstellen van plannen; dit om de achterblijvers in ieder geval op het spoor te zetten. Overigens zouden doelen en definities over het geheel genomen wel eenduidiger mogen zijn;
  • In het kader van uitvoeringscapaciteit: zoeken en creëren van (inter)regionale verbinding, aanbieden van kennis en kunde (Provincie als kenniscentrum is nu onvoldoende bekend), creëren van draagvlak;
  • Verantwoordingscapaciteit; vaak nog een bottleneck bij gemeenten. Uniformiteit in het meten van de voortgang lijkt gewenst in het kader van monitoren van de voortgang van de energietransitie.”

Download Onderzoek Bestuurskracht energietransitie_Panteia