Meicirculaire 2020: bevriezing accres en incidenteel steunpakket gemeenten

Erwin Ormel

De meicirculaire die vlak voor het Pinksterweekend werd uitgebracht, is er één in bijzondere tijden. Waar normaal gesproken de meicirculaire de basis vormt voor de begrotingsopstelling van het volgende jaar, zorgt de Coronacrisis ervoor dat de financiële perspectieven onzeker zijn.

Een lichtpuntje in donkere tijden: Voor de komende jaren wordt een hogere algemene uitkering voorzien…

Voor de komende jaren wordt een hogere algemene uitkering voorzien. In 2020 stijgt de Algemene Uitkering van ruim € 60 miljoen. In 2021 is dit bedrag verdubbeld tot ongeveer € 120 miljoen en in 2022 tot € 300 miljoen. Voor een gemiddelde gemeente van 40.000 inwoners betekent dit een positief effect  ten opzichte van de september-circulaire van ongeveer € 120.000 in 2020, € 240.000 in 2021, om uiteindelijk uit te komen op € 600.000 in 2022. Omdat ook in deze jaren de rijksuitgaven stijgen, stijgt ook het accres evenredig mee.

Maar in latere jaren slaat het voordeel om in een nadeel…

In latere jaren zet de stijging niet door. In 2023 stijgt de Algemene Uitkering nog met ruim € 100 miljoen. Deze stijging wordt een jaar later naar verwachting in zijn geheel ingeleverd. In 2024 daalt de Algemene Uitkering met ongeveer hetzelfde bedrag ten opzichte van de stand in september. Het rijk verwacht op de middellange termijn de zorguitgaven te kunnen verlagen. Dat werkt door in het accres van latere jaren. Lees meer