Met zekerheid in onzekerheid: over innovatie en het nemen van innovatierisico’s

Professor Joop I.M. Halman

Afscheidsrede Prof. Dr. Ir. J.I.M. Halman, Universiteit Twente te Enschede, vrijdag 19 oktober 2018.

Inleiding

“In het jaar voorafgaande aan dit afscheidscollege heb ik met enige regel-maat gemijmerd wat het afscheid nemen van mijn werk aan de universiteit voor mij zou betekenen. Ik kon mij daar eerlijk gezegd nog niet veel bij voorstellen. Ik voelde en voel mij in een prima conditie, waarom zou je dan stoppen terwijl je het gevoel hebt dat je net goed op stoom bent? 

De CAO van Nederlandse universiteiten houdt geen rekening met dit soort van mijmeringen: met het bereiken van de AOW-leeftijd stopt automatisch je aanstelling bij de universiteit. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Rijksoverheid waar je tot je 70e mag doorwerken mocht je dat zelf willen. Het initiatief ligt bij de medewerker. Je zou van universiteiten mogen verwachten dat zij bij dit soort van maatschappelijke ontwikkelingen het voortouw nemen … 

Bij het mijmeren over de betekenis van het afscheid nemen, realiseerde ik mij dat de Nederlandse taal hiervoor twee opties in de aanbieding heeft: Vaarwel en Tot ziens. Het Vaarwel is voor een definitief afscheid en bij het Tot ziens verwacht je elkaar weer te ontmoeten. Het Vaarwel zegt ook wat over de importantie die de scheepvaart de afgelopen eeuwen voor Nederland heeft gehad in het menselijk verkeer. En Welvaart is niet voor niets een synoniem geworden voor een goed draaiende economie.

Mijn verhaal van vandaag begint in 1969, het jaar dat Neil Armstrong voet op de maan zette en ik hetzelfde deed, maar dan op Nederlandse bodem. Ik vertrok vanuit Curaçao, niet per boot en ook niet per raket, maar per vliegtuig via New York, naar Amsterdam. Ik was 16 jaar en had net mijn vwo-diploma gehaald (in die tijd spraken we nog van de HBS-B). Mijn moeder vond mij echter nog wat te jong voor de universiteit. Via haar contacten in Nederland regelde ze een kamer voor mij bij Mien Vos in De Bilt zodat ik kon gaan studeren aan de HTS aan de Vondellaan in Utrecht. Bij aankomst op Schiphol, werd ik welkom geheten door Walter Palm, een neef van mij, die wis- en natuurkunde studeerde aan de universiteit in Leiden. Curaçao is in vergelijking met Nederland een kleine gemeenschap; de meeste mensen kennen elkaar wel of via via. Vanuit dit referentiekader, vroeg ik aan Walter of hij wellicht Mien Vos uit De Bilt kende. Dat bleek – uiteraard zeg ik nu – niet het geval. Mijn volgende vraag was of hij dan wel de Prof. dr. Ch. Eyckmanweg in De Bilt kende, daar moest ik immers naartoe. Ook dat bleek niet het geval. Maar hij wist wel hoe er te komen. Met de in die tijd nog bestaande KLM-bus zijn we van Schiphol naar Utrecht gereden en vanuit Utrecht met de bus naar De Bilt. Bij aankomst in de Eyckmanweg zei ik tegen Walter dat Mien Vos toch wel in een erg groot huis woonde! Hij hielp mij snel uit deze illusie door mij uit te leggen dat elke deur die ik zag, de voordeur was van een ander huis …

In de psychologie (zo weet ik vandaag de dag) worden mijn drie missers, door het redeneren vanuit mijn eigen referentiekader, met een mooi woord hypocognitie (zie o.a. Wu en Dunning, 2017) genoemd: we kunnen niet waarnemen, wat we niet kennen maar er wel is. “

Afscheidsrede boekje professor Joop I.M. Halman – 19 oktober 2018