Mogelijke gevolgen van versnelde zeespiegelstijging voor het Deltaprogramma

Bron: Deltares. Publicatie 18-9-2018.

De zeespiegel kan mogelijk sneller gaan stijgen dan tot nog toe is aangenomen in het Deltaprogramma. Deze extra versnelling heeft te maken met recente inzichten over het mogelijk versneld afbreken en smelten van het landijs op Antarctica. In Deltaprogramma 2018 is opgenomen dat de mogelijke consequenties van de resulterende extra versnelde zeespiegelstijging nader onderzocht gaan worden.

Dit rapport beschrijft de resultaten van een eerste verkenning naar de mogelijke gevolgen van deze extra versnelde zeespiegelstijging voor het kustfundament (inclusief de Wadden en zuidwestelijke delta), de waterveiligheid, en de zoetwatervoorziening in Nederland en de implicaties voor de voorkeursstrategieën van het Deltaprogramma.

Uit de samenvatting

“De zeespiegel kan mogelijk (veel) sneller gaan stijgen dan tot nog toe is aangenomen in het Deltaprogramma. Deze extra versnelling heeft te maken met recente inzichten over het mogelijk versneld afbreken en smelten van het landijs op Antarctica. Op voorstel van de Signaalgroep1 is in het Deltaprogramma 2018 opgenomen dat de mogelijke consequenties van de resulterende extra versnelde zeespiegelstijging nader onderzocht gaan worden. Dit rapport beschrijft de resultaten van een eerste verkenning naar de mogelijke gevolgen van deze extra versnelde zeespiegelstijging voor het kustfundament (inclusief de Wadden en zuidwestelijke delta), de waterveiligheid, en de zoetwatervoorziening in Nederland en de implicaties voor de voorkeursstrategieën van het Deltaprogramma.

Dat de zeespiegel de komende eeuw en ook daarna blijft stijgen is zeker. Onzeker is echter hoeveel en met welke snelheid dit zal gaan gebeuren. Dit hangt onder meer af van de emissies van broeikasgassen en dus ook van het internationale klimaatbeleid. Het Nederlandse beleid is er op gericht om de doelstellingen uit het akkoord van Parijs te halen (maximaal 2°C wereldwijde temperatuurstijging). Er is nog veel onzekerheid over de toekomstige emissies en de opwarming en zeespiegelstijging die daarmee gepaard gaat. Vanwege de potentieel grote implicaties voor Nederland en daarmee ook voor het Deltaprogramma is daarom ook gekeken naar een extreme zeespiegelstijging die het gevolg kan zijn van een emissiescenario dat leidt tot 4°C wereldwijde temperatuurstijging.

Deze verkenning is gericht op een aantal sleutelvragen die samen met betrokkenen van het Deltaprogramma zijn vastgesteld, maar is beperkt in zijn opzet. Zo beperkt de studie zich tot de fysieke wereld, en richt deze zich op de fysieke interventies die binnen het huidige watersysteem met het huidige gebruik van het water en de huidige instituties gedaan worden. Daarbij is als uitgangspunt verondersteld dat de vigerende beleidsstrategieën worden doorgezet en de maatschappij (in Nederland en daarbuiten) niet verandert, terwijl dit in werkelijkheid wel het geval zal zijn.

Welke zeespiegelstijging kunnen we in Nederland verwachten in 2050, 2100 en 2200 bij een extra versnelde zeespiegelstijging?

De zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust bedraagt momenteel circa 2 mm per jaar. De nu in Nederland gebruikte Deltascenario’s zijn gebaseerd op de KNMI’14 scenario’s. Deze gaan uit van een zeespiegelstijging met maximaal 0,4 m in 2050 en maximaal 1,0 m in 2100 (ten opzichte van 1995). Recente signalen en inzichten over mogelijk extra versnelde zeespiegelstijging als gevolg van het versneld afbreken en afsmelten van Antarctica zijn hierin niet verwerkt. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zal deze nieuwe inzichten nader bestuderen en hierover in 2019 (Special Report on Ocean and Cryosphere in a Changing Climate) en 2021 (6th Assessment Report) rapporteren. Daarna zal het KNMI de scenario’s voor Nederland actualiseren (publicatie verwacht in 2021).

Hierop vooruitlopend heeft het KNMI projecties gemaakt voor zeespiegelstijging tot het jaar 2100, waarin deze nieuwe inzichten, die overigens nog onzeker zijn, over Antarctica wel verwerkt zijn. Tot 2050 verschillen deze projecties nauwelijks van de bovenwaarde van de Deltascenario’s3 (de scenario’s Warm en Stoom). Na 2050 gaan de projecties sterk van de Deltascenario’s afwijken en neemt ook de onzekerheidsmarge toe, vooral aan de bovenzijde.

Voor 2100 gaan de Deltascenario’s uit van een stijging tussen 0,35 m en 1,0 m. In de nieuwe projecties wordt een zeespiegelstijging van 0,3 tot maximaal 2,0 m mogelijk geacht, mits de Parijs-doelen van maximaal 2°C opwarming in deze eeuw worden gehaald. Bij een sterkere opwarming van de aarde (met 4°C in 2100) kan dit oplopen tot 2,0 m (middenwaarde) en maximaal 3,0 m (bovenwaarde) in 2100 4. Na 2100 kan deze extra versnelde zeespiegelstijging doorzetten tot 5 en mogelijk 8 m in 2200.

Niet alleen de absolute stijging van de zeespiegel is belangrijk, maar ook de stijgsnelheid per jaar. De zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust is momenteel circa 2 mm/jr. In de Deltascenario’s loopt deze snelheid op naar 10 mm/jaar rond 2050 tot maximaal 14 mm/jaar in 2100. Bij de extra versnelde zeespiegelstijging kan deze  laatste snelheid al bereikt worden rond 2050, en loopt deze daarna op tot circa 20-35 mm/jaar rond 2070 en tot mogelijk zelfs 60 mm/jaar of meer aan het einde van deze eeuw.”

Download rapport DP2019+B+Rapport+Deltares