Niet bezuinigen maar investeren in regiecompetenties

Piet van Mourik*

De zorgdecentralisatie leek zo’n goed idee. Vlakbij de inwoners en de markt als model. Weet u het nog? Klantgericht, goedkoop, efficiënt en kwalitatief hoogwaardig. Nu alleen maar kommer en kwel. De kosten blijven tegen vallen. Dan maar de bibliotheek en de schouwburgsubsidie eraan. Wegen, plantsoenen en gemeentelijke gebouwen moeten ook maar wachten. Hier en daar grijpt een wethouder in de rioleringskas en als het echt niet anders kan dan maar de belastingen omhoog.

De wortels van marktwerking in gemeenteland groeien al in de vorige eeuw. De hoger opgeleide inwoner wil niet betutteld worden en bepaalt zelf wat nodig is. De professionele poortwachters zijn immers paternalistisch, autoritair en uit op eigenbelang. Kennis uit de samenleving gebruiken krijgt begin deze eeuw terecht vaste voet aan de grond. Het regieconcept is geboren. Helaas begrijpen maar weinig gemeenten de essentie hiervan.

In de greep van grote traditionele adviesbureaus worden bizarre en onrealistische  beloften van de markt ingevuld. Begrippen als vraagsturing, niet-bureaucratisch, transparant, kwaliteit en bovenal klantvriendelijkheid vliegen om ieders oren. Natuurlijk kon er niks van terecht komen. Privé klinieken oké. Dat zijn gewoon winkels. Ze corrigeren klantvriendelijk ogen en schaamlippen. Grote zorginstellingen en verzekeringsmaatschappijen zitten niet op concurrentie te wachten. Voor hen betekent klantvriendelijkheid vooral immense schaalvergroting.

Gemeenten zoeken het antwoord in één-loket. Doorverwijzingen waarbij inwoners verdwalen in de bureaucratie gevolgd door aanzwellende wachttijden. Omdat gemeenten nu eenmaal verantwoordelijk blijven voor toegankelijkheid, kwaliteit en toegankelijkheid is dat het ook niet. Het zou juist niet-bureaucratisch en efficiënt worden. Komt er tot overmaat van ramp ook nog bij dat ‘moeilijke’ patiënten niet kunnen worden geholpen. Daarvoor zijn aparte aanbieders nodig. De wildgroei aan ‘zorgcowboys’ is geboren. En een dodelijke afwezigheid van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd om de kwaliteit van deze charlatanclubs aan te pakken.

Met de transparantie zit het ook niet mee. De zorgsector is imperfect door beperkte concurrentie, machtige zorgaanbieders en gebrek aan homogene zorgproducten. Dat laat zich lastig meten. Net als kwaliteit. In de markt gaat het om klanttevredenheid, marktaandeel en productie. Als een gemeente aanbesteedt kan het zomaar zijn dat de cliënt een nieuwe zorgverlener krijgt. Omdat gemeenten beknibbelen op de kosten heeft de volgende zorgverlener bezuinigd op de personeelskosten. Tijdelijke en oproepkrachten komen aan de deur bij de al in de war zijnde bejaarde. Hoezo kwaliteitsverbetering.

Eerst gaat het fout doordat gemeenten net doen of ze erover gaan maar in feite de macht volledig uit handen hebben geven. Daardoor barst intussen via toezichthouders “binnen randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking” een verstikkende nieuwe bureaucratie de grond uit. Zorg is immers een proces. Door te proberen de kosten in de klauw te krijgen en zorg te benaderen als product wordt alles in kleine stukjes gehakt. Gevolg is een schrijnend gebrek aan duidelijkheid, betrokkenheid en eerlijkheid wat ook niet helpt.

De zorgprofessional staat intussen volledig buiten spel. En daar gaat het nou juist om. De zorgprofessional wordt niet gedreven door winst of marktaandeel maar door wat de cliënt nodig heeft. Professionals zijn preventief in de weer en werken continu aan het vergroten van hun kennis. Dienstbaar, ervaren en goed opgeleid hebben ze een eigen visie op de individuele patiënt. Geen klantgerichtheid maar kostenbesparend maatwerk. Om de balans tussen verzekeraars, hulpverleners en cliënten te herstellen moeten gemeenten niet bezuinigen maar fors investeren in regiecompetenties.

* Piet van Mourik is directeursbestuurder van Stichting De Regisserende Gemeente