Paragraaf weerstandsvermogen van gemeenten – I

Peter B. Boorsma

Houden Nederlandse grensgemeenten rekening met risico’s die afkomstig zijn van buitenlandse grensgemeenten? Het voorschrift van een risico-/weerstandsparagraaf bestaat ondertussen bijna 25 jaar. Voldoende reden om de weerstandsparagraaf (WP) onder de loep te nemen, betoogt Peter Boorsma. Deel 1 van een vierluik.

In deel 1 worden na de inleiding de opzet van het onderzoek en de steekproef besproken. Vervolgens wordt antwoord gegeven op de eerste onderzoeksvraag: wie schrijft de weerstandsparagraaf.

Inleiding
Bijna 25 jaar geleden is voorgeschreven aan gemeenten en provincies, en later waterschappen, dat de begroting en de rekening een risicoparagraaf bevat. Nederland was daarmee pionier, aangezien geen ander land zo een voorschrift kende. Inmiddels heeft ook Noorwegen een soortgelijk voorschrift [2], hoewel ik niet kan beoordelen hoe het Noorse voorschrift zich verhoudt tot het Nederlandse voorschrift.

In de beginjaren was het voorschrift een verplicht nummer: het leefde niet, de gemeenteraad en de provinciale staten schonken weinig aandacht aan de nieuwe informatie (zie o.a. noot 4). Enkele jaren later is het voorschrift verbeterd: het werd omgezet in een paragraaf Weerstandsvermogen.

Eerst was het voorschrift een verplicht nummer; het leefde niet.
Wat later is het verbeterd en omgezet in een paragraaf Weerstandsvermogen.

Paragraaf weerstandsvermogen
De weerstandsparagraaf (WP) zou een overzicht bieden van die risico’s waarvoor geen dekking is gegeven via een verzekering of een voorziening. Reguliere, veelvoorkomende geringe risico’s worden niet opgenomen; van die niet-gedekte risico’s wordt via kans en geschatte schade de benodigde weerstandscapaciteit gepresenteerd.

Die benodigde capaciteit wordt vergeleken met de aanwezige weerstandscapaciteit. De ratio tussen aanwezige en nodige weerstandscapaciteit wordt weerstandsvermogen genoemd [3] (in de verdere tekst wordt regelmatig geschreven over ‘de ratio’). De paragraaf moet daarbij ook aangeven wat het beleid is gericht op de dekking van risico’s.

Evaluatie weerstandscapaciteit
Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft in de Toelichting geschreven wat onder weerstandscapaciteit kan worden verstaan. In 2014 Is een kritische evaluatie gepubliceerd door Boorsma en Haisma [4]. De belangrijkste punten van kritiek (naast herhaalde lof voor het Nederlandse initiatief) komen op het volgende neer:

  1. De berekening van de aanwezige weerstandscapaciteit is bedrijfseconomisch niet goed: balansposten (reserves) zijn niet met begrotingsposten op te tellen.
  2. De reserves (passiva op de balans) zijn niet ‘vrij beschikbaar’.
  3. Naast de reserves op de passiefzijde zouden ook de schulden moeten worden gepresenteerd. Kortom, aandacht voor solvabiliteit is gewenst.
  4. Door de beperking tot risico’s die niet gedekt zijn, wordt een integraal risicomanagement onmogelijk. De overheidsorganisatie moet om te beginnen alle risico’s in kaart brengen, en per risico afwegen welke beheersmaatregelen moeten worden gevolgd:  vermijden, voorkomen, beperken, overdragen (via een verzekering, overdragen naar derden), of accepteren ( opvangen in de begroting, afdekken met een interne verzekering).
  5. Beleid wordt meestal niet besproken in de paragraaf.

Vrij snel na het genoemde artikel is in BBV 2015 de WP gewijzigd: ‘Besluit van 15 mei 2015, houdende wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in verband met het opnemen van kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing’.

Zes financiële kengetallen
De belangrijkste wijziging is het opnemen van zes (1a, 1b t/m 5) financiële kengetallen, waaronder de netto schuldquote en de solvabiliteit. Daarmee is het bovengenoemde punt 3 van kritiek gepareerd. De vraag rijst of ook liquiditeit moet worden opgenomen als variabele.

Lees meer