Risico’s rond ‘verbonden partijen’

Nadenken over opdrachtgeverschap en eigenaarschap

Auteurs: Alinda van Bruggen, Noortje Gerritsen, Pauline van ‘t Zelfde en Harry ter Braak, WagenaarHoes

Aanleiding
Gemeenten werken in steeds grotere mate en in steeds meer verschillende verbanden samen met anderen. Zowel bedrijfseconomische overwegingen als overwegingen van bestuurskracht, kwaliteit en continuïteit nopen tot samenwerking. De nieuwe samenwerkingsverbanden plaatsen gemeenten echter ook voor nieuwe vragen.
Bekende vragen en antwoorden rond samenwerking betreffen vooral het proces om tot samenwerking te komen en de diverse modellen waarin samenwerking georganiseerd kan worden. De nieuwe vragen gaan vooral over de fase die daarna komt: de besturing van samenwerkingsverbanden. Een specifieke nieuwe vraag betreft ook de risico’s ten aanzien van ‘verbonden partijen’, waarover gemeenten in de risicoparagrafen van hun jaarrekeningen en begrotingen moeten ingaan.
Wij hebben onderzoek gedaan naar de specifieke opgaven die bestuurders van samenwerking ervaren, en hebben geconstateerd dat de uitkomsten ook meer inzicht geven in de risico’s ten aanzien van ‘verbonden partijen’.

Lastige vragen bij besturing van samenwerking
Wij hebben in de tweede helft van 2010 een groot aantal gesprekken gevoerd met bestuurders van samenwerkingsverbanden, met name die waarin gemeenten partner zijn. Bestuurders deelden hun ervaringen en spraken over de knelpunten en risico’s die zij tegenkomen aan de hand van de volgende vragen:

  • Hoe houd je in een samenwerkingsverband grip zonder onnodige drukte en onverwachte kosten?
  • Hoe stuur je de samenwerking zo aan dat synergie en autonomie in balans zijn?
  • Bepaalt de wijze van sturen het succes van de samenwerking?
  • Wat zijn belangrijke valkuilen?

Uit de gesprekken is gebleken dat besturing van samenwerking een aantal specifieke complexiteiten kent en daarmee ook specifieke eisen stelt aan de bestuurder. Daarbij gaat het onder meer om:

  • sturing geven aan de samenwerking zoals die – vaak na een delicaat traject – is afgesproken, maar tegelijkertijd sturing geven aan de doorontwikkeling van die samenwerking;
  • sturen op het ontwikkelen van samenwerkingsvermogen in de eigen organisatie en werkprocessen;
  • sturen op een goede fit tussen mensen en model en anticiperen op de gevolgen van wisselingen in sleutelpersonen; en
  • bij beslissingen binnen de samenwerking rekening houden met de gevolgen daarvan die kunnen doorwerken tot bij samenwerkingspartners van samenwerkingspartners (‘meerdimensioneel schaken’)

De belangrijkste opgave voor bestuurders van samenwerking lijkt echter te zijn het professionaliseren van zowel het opdrachtgeverschap als het eigenaarschap. Bij het onderbrengen van taken bij een samenwerkingsverband is het nodig deze rollen, die bij het sturen van de eigen organisatie een vanzelfsprekende samenhang kennen, scherper te expliciteren en te professionaliseren. Beide rollen verdienen daarbij nadrukkelijk aandacht.

In mei/juni 2011 verschijnt een boekje van het Kennisplatform Intergemeentelijke Samenwerking over de specifieke besturingsopgaven bij samenwerking, waarin deze bevindingen uit de praktijk nader worden besproken.

Download Artikel Risico’s rond ‘verbonden partijen’