Risicocultuur en foutencultuur

Bron: Robert ‘t Hart

Foutencultuur
Een verantwoordelijke en risicoalerte cultuur verkrijgen. Dat is voor veel organisaties de drijfveer om te starten met risicomanagement. Toch blijkt dit in de praktijk een grote uitdaging. Want de bestaande foutencultuur van de organisatie wordt vaak gezien als een ‘doos van Pandora’. Er bestaat grote angst die open te maken.
Wat is dat eigenlijk: een foutencultuur?  Je kunt het omschrijven als de manier waarop een organisatie omgaat met fouten. In de ideale wereld zou je als organisatie leren van elkaars fouten zodat iedereen beter gaat presteren. Uit onderzoek naar foutenmanagement blijkt ook dat een positieve foutencultuur een goede invloed heeft op de prestaties van de organisatie.

Trial-and-error
En is het ook niet een kwestie van cultuur? In Nederland wordt een faillissement beschouwd als een smet op je CV. Maar in Amerika wordt het gezien als een pluspunt. Ik vind dat terecht want de grootste innovaties zijn gemaakt door ‘trial & error‘. Kenmerkend voor een negatieve foutencultuur is dat medewerkers fouten associëren met persoonlijk falen. Er wordt niet over fouten en mogelijke fouten gesproken. En als er al iets fout gaat dan wordt dat het liefst in achterkamertjes opgelost. Dan begint de ontkenningsfase: men heeft het er niet meer over.

Oorzaken negatieve foutencultuur
Het is nooit aangetoond dat de overheid risicomijdender zou zijn dan het bedrijfsleven. Wel zijn er een aantal oorzaken te benoemen waardoor binnen veel overheidsorganisaties een risicomijdende cultuur heerst.

  • Politieke druk
  • Sterke hiërarchie
  • Interne regeldruk.
  • Extra controls / audits
  • Eilandencultuur

Tegen deze achtergrond is het niet zo vreemd dat men bang is afgerekend te worden als er fouten worden gemaakt.

Proud-to-be-fout
Los van het aanpakken van bovenstaande oorzaken, moet het beeld van een betrouwbare en dus perfecte overheid worden losgelaten. Niemand is perfect dus ook een overheidsorganisatie, een wethouder of minister niet. De politiek en het topmanagement binnen de overheid moeten hiervan bewust worden gemaakt. Dit betekent ook dat zij zich wat kwetsbaarder op dienen te stellen. Een mooie manier om dit te bereiken is een rondje “PROUD TO BE FOUT”. Iedereen legt zijn grootste persoonlijke falen op tafel. Zoveel leuker dan een rondje succesverhalen! Gelukkig, zo stel ik meer en meer vast, staan nieuwe generaties managers en politiek leiders hier steeds meer voor open.