Risicomanagement bij Waterschappen

Risicobeheersing op het gewenste peil?

Auteur: Niels den Das, juli 2011, VU Amsterdam

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw mag risicomanagement zich wereldwijd verheugen op een sterk toegenomen belangstelling. Aansprekende schandalen bij grote concerns als Enron en WorldCom hebben mede geleid tot ontwikkeling van het COSO Enterprise Risk Management – Integrated Framework (COSO ERM). Hierbij wordt risicomanagement als belangrijkste uitgangspunt voor de interne beheersing genomen.

Over risicomanagement in Nederland zijn sinds het begin van deze eeuw diverse onderzoeken gepubliceerd, dikwijls uitgevoerd door de vier grote accountantskantoren en wetenschappelijke instituten. De aandacht voor risicomanagement beperkt zich daarbij niet tot het bedrijfsleven, maar maakt de laatste jaren ook opgang bij de overheid. De beheersing van publieke middelen staat steeds meer in de belangstelling van zowel het publiek als de organisaties zelf. Dit wordt versterkt door de bezuinigingen op de overheidsuitgaven. Daarnaast behoren de volgende incidenten inmiddels tot het vocabulaire van elke Nederlander: kostenoverschrijdingen op grote infrastructurele projecten als de Betuwelijn en de Amsterdamse Noord-Zuidlijn. Van een andere orde zijn het fiasco met de IJslandse internetspaarbank Icesave en de dijkdoorbraak bij Wilnis.

In de eerste helft van 2011 zijn de waterschappen veelvuldig in het nieuws. De grote brand bij Chemie-Pack in Moerdijk op 5 januari 2011 heeft het beheersgebied van het waterschap Brabantse Delta getroffen. Het bluswater heeft voor verontreiniging in de sloten gezorgd die vanwege de risico’s voor de volksgezondheid direct moet worden aangepakt (‘Chemie-Pack moet bewijzen dat er toekomst is’, de Volkskrant, 21 april 2011). Voor het betrokken waterschap geldt dat de mogelijke gevolgen van deze gebeurtenis zo veel mogelijk moeten worden voorkomen. Risicomanagement brengt dergelijke scenario’s in kaart, beoordeelt de gevolgen en formuleert op basis daarvan de reactie op de mogelijke gebeurtenis, bijvoorbeeld in een calamiteitenplan. Ook de aanhoudende droogte in de eerste helft van 2011 heeft de waterschappen de nodige media exposure gegeven. Daarop hebben zij droogtemaatregelen genomen zoals het controleren en beregenen van dijken, het aanleggen van buffers en in sommige plaatsen het instellen van een beregeningsverbod (‘Droogtemaatregelen blijven ondanks buien’,
de Volkskrant, 12 mei 2011). Een dijk kan doorbreken wegens te veel water, maar ook door een tekort eraan. Goed ingericht risicomanagement helpt om vanuit de doelstellingen van een organisatie (‘droge voeten’) gestructureerd de bedreigingen te inventariseren (dijkdoorbraak) en te analyseren naar oorzaak (droogte of natheid) en gevolg (materiële en immateriële schade). Vervolgens formuleren zij een strategie om de
gebeurtenis te voorkomen of de gevolgen te bestrijden.

Risicomanagement staat dus de laatste jaren ook bij de overheid in het middelpunt van de belangstelling. Met de invoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in 2004 en voor waterschappen het Waterschapsbesluit in 2009 heeft risicomanagement bij decentrale overheden een regelgevend kader gekregen in de voorschriften voor verslaggeving. Naar aanleiding van deze nieuwe regelgeving zijn provincies, gemeenten en waterschappen verplicht een paragraaf weerstandsvermogen in de begroting en in de jaarrekening op te nemen. In deze paragraaf geven de organisaties aan welke risico’s zij lopen, welke buffers daarvoor aanwezig zijn en wat zij
doen aan beleid op het gebied van risicomanagement. Van de hier onderscheiden organisaties is bij gemeenten al het nodige onderzoek verricht. Voor provincies en waterschappen geldt dit in mindere mate. Gezien de recente invoering van het Waterschapsbesluit is de verwachting dat bij waterschappen de implementatie van risicomanagement een vaste plaats op de agenda heeft gekregen. In dit onderzoek
beoordeel ik in hoeverre deze verwachting gerechtvaardigd is.

Probleemstelling
In dit onderzoek zal ik via twee invalshoeken de stand van zaken van het risicomanagement onderzoeken. Ten eerste kijk ik in hoeverre risicomanagement is geïmplementeerd bij de waterschappen. De mate van volwassenheid van risicomanagement vormt het fundament voor deze uitspraak. Ten tweede ga ik na welke kwaliteitsbepalende factoren aanwezig zijn bij de onderzochte waterschappen. In de academische literatuur is het nodige onderzoek verricht naar deze kwaliteitsbepalende factoren. Ze vormen een maatstaf voor de kwaliteit van het risicomanagement in de organisatie. Tot slot zal ik nagaan in hoeverre een relatie te onderkennen is tussen de mate van implementatie van risicomanagement en de kwaliteitsbepalende factoren. Dit leidt tot de volgende probleemstelling:

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van risicomanagement bij waterschappen in Nederland en is er een relatie
met de kwaliteitsbepalende factoren voor risicomanagement te onderkennen?

De operationele vraagstellingen die de probleemstelling onderzoeken zijn:
1. Wat is de volwassenheid van het risicomanagement gemeten op de acht COSO ERM-componenten?
2. Wat is de mate van aanwezigheid van de kwaliteitsbepalende factoren?
3. Is er een relatie te onderkennen tussen de mate van volwassenheid van risicomanagement en dfactoren?
Pagina 8 van 107
3. Is er een relatie te onderkennen tussen de mate van volwassenheid van risicomanagement en de aanwezigheid van de kwaliteitsbepalende factoren voor risicomanagement? (citaat uit Inleiding)

Download Risicomanagement bij waterschappen