Risk governance: over omgaan met onzekerheid en mogelijke toekomsten

Inaugurele rede
In verkorte vorm uitgesproken ter gelegenheid van de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Risk Governance aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht
op vrijdag 26 oktober 2007 door dr.ir. Marjolein B.A. van Asselt

“Risk Governance is ook mijn leeropdracht en dus de naam van mijn leerstoel. Afgezien van het feit dat het gebruik van Engelstalige woorden in het Nederlands typerend is voor mijn generatie en het ook erg aansluit bij de internationaliseringsambities van de Nederlandse universiteiten om een onderzoeksveld in het Engels aan te duiden, zat ik ook met een vertaalprobleem.

Risk is natuurlijk gemakkelijk: dat is in goed Nederlands risico. De problemen betreffen het begrip governance. Volgens Van Dale is het een verouderd begrip en de vertaalsuggesties (bestuur, beheer, beheersing, bewind, heerschappij, macht, invloed) doen op geen enkele manier recht aan de vraagstukken en de beleidswetenschappelijke thema’s waar wetenschappers zich onder de noemer ‘governance’ mee bezighouden.

De etymologie (ontleend aan Halachmi, 2005; Kjaer, 2004 en wikipedia), een dure term voor ‘woordgeschiedenis’, gaat terug tot de tijd van de Oude Grieken. De beroemde filosoof Plato gebruikte het begrip ‘kuberman’ voor leider, dat in het Latijn geassimileerd werd als ‘gubernanre’, gebruikt als verwijzing naar de leidende klasse. De term evalueerde vervolgens langs verschillende lijnen en is naast het Engels, o.a. terug te vinden in het Frans, Spaans en Portugees. Het kreeg verschillende betekenissen, uiteenlopend van de manier of stijl van openbaar bestuur tot een aanduiding voor de ambtenarij. Dus er is niet alleen een vertaalprobleem, maar er zijn ook verschillende betekenissen.

De term ‘governance’ wordt hedentendage veel gebezigd in beleidsgremia en in allerhande vakgebieden die ‘beleid’ en ‘bestuur’ in de breedste zin van het woord als object van onderzoek hebben. Het begrip raakte in de jaren ’80 van de vorige eeuw in zwang in kringen die zich bezig hielden met ontwikkelingssamenwerking (Stern, 2000) en werd alras overgenomen in andere domeinen. De populariteit wordt in verband gebracht met nieuwe ontwikkelingen als mondialisering, Europeanisering, maatschappelijke veranderingen, waaronder de toegenomen mondigheid van burgers en de opkomst van niet-gouvernmentele organisaties (NGO’s), en een toenemende complexiteit van beleidsvraagstukken (zie bijvoorbeeld Pierre en Peters, 2000).

De term ‘governance’ werd geïntroduceerd met de bedoeling het perspectief op beleid en bestuur te verbreden door te erkennen dat de overheid (‘government’) niet de enige, en misschien zelfs niet de belangrijkste partij1, is in het besturen van gemeenschappen en het organiseren van de maatschappij. Veel klassieke beleidstheorieën hebben een hiërarchische orientatie met de staat als centrale actor. In meer economisch georiënteerde beleidstheorieën wordt die rol toebedeeld aan de markt. In het ‘governance’ perspectief, daarentegen, staan netwerken en de interacties tussen allerhande publieke en private partijen, collectieve en individuele actoren centraal. Daarbij gaat het dus ook om: – niet-gekozen actoren, zoals ambtenaren, experts, denktanks en commissies die op verschillende manieren actief zijn in beleidsprocessen, – actoren waarvan onduidelijk is wie precies hun achterban is en welke groep in de samenleving door hen vertegenwoordigd wordt, en – processen waarbij de manier waarop politieke standpunten worden ingenomen of tot beleidsaanbevelingen wordt gekomen, haaks kan staan op de uitgangspunten van de representatieve democratie.

Het ‘governance’ perspectief zet zich dus af tegen het denken in termen van ‘government’, dat wil zeggen het idee van een overheid die regeert en heerst. Het gebruik van de term ‘governance’ is dus in de eerste plaats een tegengeluid, met de bedoeling de aandacht te vestigen op de rol van andere partijen dan de klassieke overheid of de markt, en op ander type interacties dan die gestoeld zijn op hiërarchische en/ of economische machtsprincipes en -monopolies. Het governance perspectief vraagt aandacht voor de diversiteit aan partijen, die ook nog eens verschillende rollen kunnen hebben, de veelheid aan relaties die actoren met elkaar onderhouden, en allerhande netwerken. Dit is ook de kern van de definitie van governance die de Commission on Global Governance (1995) hanteert: “Governance is the sum of the many ways individuals and institutions, public and private, manage their affairs. (..) It includes formal institutions and regimes (..) as well as informal arrangements” (geciteerd in de Marchi, 2001).”

Download oratie ‘Risk Governance’ door Marjolein B.A. van Asselt