Slachtofferberekening bij een tunnelbrand

Het rapport van Robert Oosterveld omvat het model dat het aantal gewonden kan kwantificeren in een risico-analyse voor wegtunnels. Dit afstudeeronderzoek is geschreven in het kader van de master Construction Management & Engineering in opdracht van Royal HaskoningDHV.

Binnen het bouwproces van een tunnel speelt veiligheid steeds een belangrijkere rol. Een tunnel heeft diverse voorzieningen die een tunnel ‘veilig’ moeten maken. Naast de betonnen constructie en geometrie van de tunnel is de tunnel uitgerust met geavanceerde voorzieningen, zoals ventilatie en vluchtdeuren. Deze voorzieningen en eigenschappen van de tunnel hebben invloed op de gevolgen tijdens een calamiteit in de tunnel. Ongelukken in tunnels komen regelmatig voor. De afgelopen jaren heeft een reeks van tunnelbranden in Europa plaatsgevonden. Voorbeelden zijn: de Mont Blanc tunnelbrand in Frankrijk/Italië (1999), Tauerntunnel in Oostenrijk (1999), Viamala in Zwitserland (2006) en onlangs in de Gudvangatunnel in Noorwegen (2013). Mede door deze tunnelbranden, waarbij veel dodelijke slachtoffers zijn gevallen, is de internationale aandacht voor veiligheid van tunnels toegenomen. Om de effecten op zowel individuen als groepen van de veiligheidsvoorzieningen in de tunnel te onderzoeken worden risicoanalyses uitgevoerd. Deze analyses dienen als hulpmiddel om rationele beslissingen te nemen en om besluitvorming te ondersteunen.

Per juli 2013 is in Nederland de nieuwe tunnelwet geïntroduceerd, waarin een aantal belangrijke wijzigingen hebben plaatsgevonden. Eén van die wijzigingen is, dat de Scenario Analyse (SA) geen verplicht onderdeel meer is tijdens de planfase en ontwerpfase. de SA is wel verplicht bij de openstelling. Ten gevolge van de verandering, zijn de hulpdiensten bang dat de SA indirect niet meer wordt uitgevoerd. Als gevolg van het niet uitvoeren van de SA stuiten hulpdiensten op de volgende problemen; ten eerste ontbreekt een analyse waarbij gekeken wordt naar het aantal gewonden en de ernst van het letsel ten gevolge van een brand (of ander incident) in een wegtunnel. Ten tweede wordt het aantal gewonden alleen bepaald door expert opinion. Huidige letselmodelleringen zijn momenteel alleen geschikt voor externe veiligheid en er is nog geen letselmodellering voor de veiligheid in tunnels beschikbaar. Op basis van dit dilemma is in dit onderzoek de volgende doelstelling leidend:

Het ontwerpen van een model dat het aantal gewonden kwantificeert ten gevolge van een brand in een wegtunnel, waarmee in de ontwerpfase van een tunnel het aantal personen met brandletsel kan worden bepaald, zodat het voorgesteld model gebruikt kan worden door hulpdiensten als ondersteuning van de besluitvorming op gebied van calamiteitenbestrijding en preparatie bij tunnelveiligheid.

Voor het ontwerp van het voorgesteld model is gebruik gemaakt van de bestaande QRA-tunnels, de meest recente literatuur en van inzichten van professionals uit de praktijk. Het model bevat verschillende scenario’s die zich kunnen voordoen tijdens een tunnelbrand. Er wordt op basis van deze scenario’s een ‘foutenboom analyse’ gemaakt waarbij de kansen van een bepaalde ‘top gebeurtenis’, in dit geval brand, wordt berekend. Daarnaast bevat het model een ‘gebeurtenissenboom’ analyse die de kansen berekent voor elk scenario. Voor de verschillende scenario’s worden de gevolgen geschat welke drie elementen bevat: beoordeling van het effect, bepalen van het aantal getroffen personen t.g.v. het effect en een berekening van de gewonden en sterfte onder deze personen. Om de ernst van het letsel te beoordelen zijn voor elk type effect verschillende letselcategorieën voorgesteld. Voor elk effect worden de letselcategorieën geplot in een FN-curve, waarmee het groepsrisico kan worden geëvalueerd. Hierbij is het is verplicht om aan de norm te voldoen.

Op basis van het voorgestelde model zijn casestudies uitgevoerd voor drie bestaande tunnelbranden te weten: De Mont Blanc tunnelbrand (1999), de brand in de Tauerntunnel (1999) en de Viamala tunnelbrand (2006). Uit deze casestudies komt naar voren dat er een kleine kans is op een ‘grote brand’, maar dat de gevolgen in termen van gewonden en dodelijke slachtoffers enorm kunnen zijn. Vanuit de casestudies blijkt dat tijdens een tunnelbrand zich onverwachte gebeurtenissen kunnen afspelen. Uit de resultaten van de casestudies zijn knelpunten naar voren gekomen. Een ‘lichte’ overschatting van het aantal aanwezige personen en een onderschatting van het aantal ‘CO-letsel’. Mede hierdoor wordt ook een onderschatting gemaakt van het aantal dodelijke slachtoffers. Daarom zijn de volgende aanbevelingen gegeven:

page10image36224

  1. De locatie en met name startpunt van het vluchtproces van de blootgestelde personen dynamisch inschatten.
  2. Nieuwe CFD-studie doen gericht op het ontwikkelen van afgeleide formules voor gewonden.
  3. Nieuw onderzoek naar verschillende uitstaptijden uit voertuigen, waarbij ook uitstaptijden van

    bussen wordt meegenomen.

  4. De gevolgen van andere toxische stoffen of combinaties daarvan onderzoeken waaraan

    personen gewond raken.

Concluderend komt naar voren dat verder onderzoek naar de kansenberekening van gewonden bij een tunnelbrand nodig is om implementatie van een risicoanalyse bij de bestaande QRA mogelijk te maken.

Bron: Robert Oosterveld – Slachtofferberekening bij tunnelbrand