Verbinders zonder script

Het topambtelijk vakmanschap van gemeentesecretarissen.

Door Paul ’t Hart, Nicole Braham en Erik-Jan van Dorp, NSOB.

De opdrachtgevers Gabriëlle Haanen, voorzitter Vereniging van Gemeentesecretarissen (vgs), Mark Frequin, voorzitter Vereniging voor OverheidsManagement (vom) en Sjaak van der Tak, voorzitter bestuur Stichting Innovatie, Kwaliteit en Professionaliteit van het Openbaar Bestuur (IKPOB) in hun voorwoord:

“Geen zoektocht naar het handwerk van de publieke manager is compleet zonder inzicht in wat publieke managers nu eigenlijk precies doen als ze aan het werk zijn. Waar gaat hun aandacht naar uit? Waar besteden zij hun tijd aan, wat krijgt minder prioriteit, wat delegeren ze naar anderen, wat laten ze lopen? Welke keuzes maken zij daarbij – impliciet of expliciet – en welke factoren zijn van invloed op die keuzes? Ondanks het feit dat bestuurskundigen en andere sociale wetenschappers met grote regelmaat onderzoek doen naar ambtenaren, ambtelijke organisaties en publiek management, zijn de bovenstaande vragen in Nederland nog nauwelijks onderzocht.

Met dit essay zetten wij een eerste stap om daar verandering in te brengen. In nauwe samenwerking met de VGS heeft bestuurskundige Paul ’t Hart van de Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur (NSOB) en de Universiteit Utrecht twee van zijn Utrechtse masterstudenten dicht op de huid van zeven gemeentesecretarissen gebracht. Vragen naar hun alledaagse werkzaamheden en de manier waarop zij hun aandacht verdelen vormden het centrale aangrijpingspunt in dit onderzoek. Zo poogden de onderzoekers beter zicht te krijgen in de manier waarop eindverantwoordelijke publieke managers invulling geven aan hun rol en hun vakmanschap.

Met de toespitsing op gemeentesecretarissen wordt daarnaast een nieuwe stap gezet in de zoektocht: die van differentiatie en verfijning van ons inzicht. We kunnen immers niet volhouden dat er sprake is van een uniforme praktijk van ambtelijk vakmanschap. In plaats daarvan moeten we er juist vanuit gaan dat er naast een gemeenschappelijke kern – die onder meer het opereren in een organisatie die worden aan- gestuurd door politiek verantwoordelijke gezagsdragers omvat – ook belangrijke verschillen bestaan in wat er van publieke managers wordt verwacht en hoe zij geacht worden te opereren. Zo zijn directeuren- generaal lid van de (collectieve) bestuursraad van hun departement, maar werken zij in de praktijk meestal 1-op-1 voor ‘hun’ bewindspersoon en in de ambtelijke ‘koker’ die vormgeeft aan diens politieke verantwoordelijkheid. Binnen veel gemeenten zijn organisatieonderdelen juist niet exclusief gekoppeld aan een bepaalde wethouderportefeuille.

Directeuren werken vaak voor verschillende wethouders. DG’s en gemeentelijke directeuren hebben met andere woorden te maken met verschillende institutionele prikkels, en dat werkt door in hun rolopvatting en het daarbij behorende vakmanschap.

Dat is althans wat we redelijkerwijs kunnen vermoeden. Zeker weten doen we het niet. Daarvoor is gedifferentieerd en vergelijkend onderzoek nodig. Dit essay vormt daarvan een eerste voorbeeld. Het werpt licht op het vak van gemeentesecretaris, een van de meest complexe en uitdagende ambtelijke functies in Nederland. Het schetst een levendig beeld van het werk dat gemeentesecretarissen doen, en eindigt met een aantal indringende vragen voor de professionele discussie onder gemeentesecretarissen. Wij hopen dat er nog vele van dit soort verdiepingsstudies zullen volgen.”

Verbinders zonder script, NSOB