Verplicht en (on)bemind? Gemeenten en verplichte beleidsindicatoren

BNG Bank te Den Haag

Tjerk Budding, Hilko de Boer en Erwin Ormel | B&G Magazine

Met ingang van begrotingsjaar 2017 zijn gemeenten verplicht een set uniforme beleidsindicatoren in hun verantwoordingsstukken op te nemen. Het doel hiervan was om te komen tot meer transparantie, stuurbaarheid en vergelijkbaarheid. Dit artikel gaat na hoe gemeenten in de praktijk met de beleidsindicatoren omgaan en welke lessen hieruit zijn te trekken.

Dat gemeenten tegenwoordig een set verplichte beleidsindicatoren moeten opnemen in hun begroting en jaarverslag, is één van de maatregelen die is genomen op basis van het rapport ‘Vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten’ van de zogeheten commissie Depla, een gremium dat was ingesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In dit in 2014 uitgebrachte rapport werden adviezen uitgebracht over mogelijke vernieuwingen van de verslaggevingsrichtlijnen voor gemeenten en provincies.

“Geen van de verplichte beleidsindicatoren heeft betrekking het maatschappelijke effect of de outcome”

Inmiddels zijn zes verantwoordingsdocumenten tot stand gekomen (begrotingen 2017, 2018, 2019 en 2020; jaarrekening 2017 en 2018) waarin deze verplichte indicatoren moesten worden opgenomen. Hiermee is sprake van de nodige ervaringen en kan worden gekeken naar de wijze waarop gemeenten in de praktijk met de richtlijnen omgaan. In dit artikel gaan wij op basis van analyses van begrotingen over de jaren 2018 en 2019 na welke beelden hieruit naar voren komen over dit gebruik. Daarnaast gaan we in op de vraag hoe nuttig gemeenten de verplichte indicatoren lijken te ervaren. Hierbij betrekken we tevens de gesignaleerde leerpunten uit een tweetal seminars over dit thema, waarbij de auteurs van dit artikel betrokken waren. Lees meer