Vertrouwen in elkaar en in de samenleving

Hans Schmeets, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

WRR-Working Paper 26 is geschreven als achtergrondstudie voor het project ‘Middenklassen onder druk?’ In dit project brengt de de WRR in kaart wat ooit het ‘brede maatschappelijke midden’ werd genoemd. De noodzaak tot de analyse is mede ingegeven door de mogelijk veranderende rol van de middenklasse als ruggengraat van de samenleving. Er zijn aanwijzingen dat de toegenomen onzekerheid onder bepaalde middenklassengroepen de economie, de verzorgingsstaat,het maatschappelijk middenveld en het vertrouwen in de politiek in negatieve zin beïnvloedt.

 

Het rapport concludeert: “Het vertrouwen in elkaar en in de samenleving is in de afgelopen jaren niet afgebrokkeld. Sterker: over een langere periode, vanaf 2002, is het vertrouwen toegenomen. Deze bevinding staat haaks op de vaak geopperde perceptie dat Nederland is geërodeerd van een ‘high trust’ in een ‘low trust’ samenleving (Fukuyama 2010). Het geringe en afnemende vertrouwen is ook vaak geventileerd in de aanloop naar de verkiezingen, met het beeldende ‘touwtje-voorbeeld’ van Terlouw (zie bijvoorbeeld Vuyk 2016).”

Download WP 26 Vertrouwen in elkaar en in de samenleving

PRIMO: hoewel de percentages in vertrouwen laag zijn – bv. 34% vertrouwen van de bevolking in haar parlement, van politici en politiek partijen 46%, respectievelijk 45% – , is het rapport opvallend mild van toon. De oorzaken van het lage vertrouwen worden beperkt geduid. Dat is nu juist interessant. De mogelijke relatie met de kwaliteit van publieke sturing en leiderschap zijn niet benoemd. De bevindingen zijn weliswaar goed onderbouwd maar lijken op onderdelen in schril contrast te staan met de dagelijkse dynamiek van onvrede en onrust, alsmede met de feitelijk publieke risico’s zoals zij zich meer en meer manifesteren. De cijfers zijn niet goed. Als onze kinderen met dergelijke rapportcijfers zouden thuiskomen, hebben we wel een dingetje.