Waarom zijn de gemeente-investeringen sinds 2009 sterk gedaald?

Rapport Centraal Planbureau (CPB) van medio 2018. Een herlezing bleek zinvol en een ‘herpublicatie’ door PRIMO gewenst, dit met het oog op de formulering van een financiële strategie in tijden van transitie in haar denktank van 15 november 2019 in samenwerking met BNG Bank. Het herontdekken van lange lijnen gaf ons beter inzicht waar gemeenten nu staan. Belangrijk om te weten. Het CPB kijkt terug over een relevante periode vanaf 2009. Het investerend vermogen bij gemeenten ontbreekt op dit moment, terwijl er grote opgaven voor ons liggen. Lezenswaardig rapport.

In de periode 2009-2016 zijn de gemeente-investeringen als percentage van het bbp met 40% gedaald, van 1,6% bbp naar 1,0% bbp; in nominale bedragen gaat het om een daling met 27%. Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Financiën en de VNG is onderzocht wat hiervan de oorzaken zijn. Deze CPB Notitie vat de resultaten van dit onderzoek samen. Het plaatst de ontwikkeling van de gemeente-investeringen ook in historisch en internationaal perspectief.

Waarom zijn de gemeente-investeringen gedaald?
Op basis van cijfers over inkomsten en uitgaven van gemeenten, cijfers over baten en lasten van gemeenten, cijfers over de vastgoedmarkt en interviews met zes gemeenten is gekeken welke factoren een verklaring kunnen bieden voor de daling van de gemeente-investeringen sinds 2009. Minder vraag naar gemeenteinvesteringen door de crisis op de vastgoedmarkt en minder rijksbijdragen komen hieruit naar voren als belangrijkste oorzaken; de economische crisis vanaf september 2008 speelt hierbij een duidelijke rol als achterliggende factor.

Onder invloed van de economische crisis is in de periode 2009-2014 de vastgoedmarkt ingestort. In vergelijking met 2009 is het aantal nieuwbouwwoningen in 2014 gehalveerd en is ook de nieuwbouw van bedrijfspanden sterk gedaald. Minder nieuwbouw betekent voor gemeenten ook minder investeringen voor het bouwrijp maken van grond, het aanleggen van straten, pleinen, sporthallen en andere lokale publieke investeringen. Een kwantificering van het totale effect op de gemeente-investeringen is echter lastig; de vermindering van alleen de investeringen in de bouwgrondexploitatie was 0,2% bbp.

Het instorten van de vastgoedmarkt heeft tot forse tegenvallers op de grondpositie van gemeenten geleid. Vanaf 2010 tot en met 2013 worden deze tegenvallers geschat op gemiddeld ruim 1 mld euro (0,2% bbp) per jaar. De mate waarin deze financiële tegenvallers doorwerken op gemeente-investeringen is moeilijk te bepalen. De rijksbijdragen zijn veruit de grootste financieringsbron van gemeenten. Hiervan zijn de investeringsbijdragen, zoals de gelden voor stedelijke vernieuwing en de subsidies voor VINEX-locaties, van direct belang voor de financiering van gemeenteinvesteringen.

Deze investeringsbijdragen zijn sinds 2009 met 0,15% bbp gedaald. Dit komt overeen met een kwart van de daling van de gemeente-investeringen over dezelfde periode. Daarnaast zijn de netto inkomensoverdrachten aan gemeenten als percentage van het bbp met 16% gedaald. Dit heeft ook de financiële ruimte van gemeenten verminderd om investeringen en andere uitgaven te financieren. Een kwantificering van het effect op de gemeente-investeringen is echter niet goed mogelijk. De daling van de rijksbijdragen aan gemeenten hangt samen met de economische crisis. Door de economische crisis zijn de overheidsfinanciën verslechterd en dit heeft geleid tot bezuinigingen bij de rijksoverheid, waaronder op de bijdragen aan gemeenten. Andere mogelijke oorzaken van de daling van de gemeente-investeringen sinds 2009, zoals taakverschuiving naar andere overheidslagen of meetproblemen, lijken niet of nauwelijks van belang,

Sinds 2014 is de woningmarkt weer aangetrokken en is de economische groei opgebloeid tot 2% in 2015 en 2016. Dit heeft nog niet tot veel extra gemeenteinvesteringen geleid. Dit kan komen door een breed scala aan factoren, zoals een ruime voorraad bouwrijpe grond, afspraken met provincies over een beperkt aantal nieuw te bouwen woningen, verschuiving naar binnenstedelijk bouwen met veel private grondeigenaren en aanpassing van bestemmingsplannen kost tijd.

Een aantal van deze factoren, zoals dat aanpassing van bestemmingsplannen tijd kost, suggereren dat de gemeente-investeringen met een paar jaar vertraging zullen aantrekken in reactie op het herstel van de vastgoedmarkt en de economische groei. Maar andere factoren, zoals verschuiving naar binnenstedelijk bouwen met veel private grondeigenaren en daardoor een beperktere rol voor gemeenteinvesteringen, suggereren dat deze toename veel minder sterk zal zijn. Lees meer