Wat hebben wij geleerd van het verleden? Is ons bestuurlijk risicomanagement voor de toekomst afdoende?

Door mr. Harrie Scholtens

Redactie: Harrie Scholtens levert een overdenking in de vorm van een compact essay, dat mede is gebaseerd op en geïnspireerd door het recente boek Tegen de Terreur van Beatrice de Graaf (2018) en deel I, Voorspel van het standaardwerk Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog van Loe de Jong (1969), alsmede het artikel We leven in een wereld die vergelijkbaar is met die van 1914 van Sophie De Schaepdrijver (2018).

Een overdenking aan het begin van 2019 door de winnaar van de PRIMO Risk Management Award 2018 en directeur van de European Public Sector Award 2017. Harrie adresseert de diepere lagen van gevoelens en gedachten van velen en legt de verbinding met publiek risicomanagement. Ook het Global Risks Report van het World Economic Forum maakt gewag van grote sociale spanningen, die leiden tot publieke risico’s.

“Wij leven in een tijd waarin wij op allerlei wijze kennis kunnen nemen van meningen en uitspraken van sommige “grote” leiders van dit moment. Zij lijken elkaar overigens over en weer te willen overtreffen in de scherpte van hun bewoordingen met betrekking tot de huidige situatie in de wereld. Zij verkondigen “duidelijke” taal over allerlei triviale onderwerpen die spelen in de hedendaagse maatschappij. Daar is op zich natuurlijk niets mis mee, maar één en ander heeft ook een schaduwkant.

Met name de wijze waarop die duidelijkheid wordt verwoord wakkert vaak de tegenstellingen in de maatschappij aan en is in sommige gevallen gebaseerd op de in de maatschappij levende onderbuik gevoelens. Zij worden daarom ook vaak als populisten aangeduid. De termen “groot/great”, opnieuw/again” vliegen ons om de oren die burgers (wel) moeten doen terug verlangen naar de grote tijden, zoals die er in het verleden zouden zijn geweest.

Dit alles hebben wij al eerder gezien. Zo liet de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog al een dergelijke ontwikkeling zien, met de uitgesproken houding van de Duitse Keizer in die tijd en misschien geldt dit nog wel meer voor de dertiger jaren van de vorige eeuw in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.

Er lagen (economische) crises aan ten grondslag die enorme gevolgen hadden voor de lagere inkomensgroepen. Er werd gesnakt naar een verbetering van de situatie en het geloof in de reguliere politieke partijen om dit te bewerkstelligen was er niet. Daar zijn populistisch georiënteerde politici op in gesprongen met (soms vaak geconstrueerde) heldere beelden over wie of wat de oorzaak was de ellende waarin men (dacht) te verkeren.

Wij weten uiteindelijk waar dit in die tijden allemaal toe heeft geleid. En even zo vele malen klonk na afloop van de daaruit ontstane grote militaire conflicten: Dit nooit meer! Om hieraan uitvoering te kunnen geven resulteerde dit na 1918 in de Volkenbond en na 19145 in de Verenigde Naties op Globaal niveau en de Europese Unie op Europees niveau.
Dit soort reactie(s) is/zijn overigens al ontstaan na de Napoleontische Oorlogen in 1815. De toenmalige geallieerden hebben zich ingespannen regelingen af te spreken die een dusdanig grootschalig conflict in de toekomst moesten voorkomen.

Beatrice de Graaf heeft dit in haar boek Tegen de Terreur omschreven als een vorm van risicomanagement, die de eerste tijd na afloop van de Franse overheersing ook daadwerkelijk heeft gewerkt. Gelet op alle zaken die men wilde regelen en waarbij het “machtsevenwicht’ in Europa als leidend topic werd ingezet, kan de benadering van het uitsluiten van de risico’s voor een herhaling van de conflicten als een holistische worden aangemerkt. Er moest wel twee keer een regeling tussen de Geallieerden worden getroffen. Eén keer in 1814, na de eerste nederlaag van Napoleon en in 1815 na zijn hernieuwde nederlaag bij Waterloo. Na verloop van tijd was deze regeling evenwel uitgewerkt. Na 1918 kwam dan de Volkenbond, maar ook die heeft een Tweede Wereldoorlog evenwel niet kunnen voorkomen.

De vraag is of wij te maken hebben met een overgaande eruptie van het populisme. Of kunnen de Verenigde Naties en de Europese Unie evenmin de garantie van veiligheid bieden als hun voorgangers in de 19e en 20e eeuw? Een vraag die vanzelfsprekend heel moeilijk te beantwoorden is of op zijn best slechts over enkele decennia of mogelijk over zo’n honderd jaar kan worden geanalyseerd aan de hand van de alsdan bekende feiten.

De periode van na de Napoleontische oorlogen wordt gekenmerkt door steeds verdergaande bestuurlijke ontwikkelingen. Via het Weense Congres, waar een zekere restauratie van het bestuur plaatsvond met evenwel het kenmerkende verschil dat de aldus ontstane monarchieën gebaseerd waren op een geschreven constitutie. Een constitutie die zich de jaren door met kleine stapjes verder ontwikkelde. In de tijd rond de Eerste Wereldoorlog werd de stap gezet naar de parlementaire democratieën, door de invoering van algemeen kiesrecht en vrouwenkiesrecht.

Een bestuurlijk systeem zoals wij dat nu nog kennen. Kenmerkend in een parlementair systeem is de aanwezigheid van politieke partijen of zoals u wilt politieke stromingen. Dat is een palet van zoals dat wordt aangeduid (uiterst) links naar (uiterst) rechts. Alle vormen zijn dan ook zichtbaar of latent aanwezig. Daarbij geldt dan de toepassing van de democratische stelregel, dat de meerderheid in zo’n parlement bepaalt.

De vormen van bestuurlijk risicomanagement na de grote conflicten waren ook aan een ontwikkeling onderhevig. Was het Weens Congres nog te kenschetsen als een reeks van afspraken op talrijke terreinen, zo was de Volkenbond al te karakteriseren als een daadwerkelijke Globale Organisatie. De bevoegdheden waren nog niet echt ontwikkeld. Dit kan ook nog worden gezegd van de Verenigde Naties al hoewel de praktijk heeft laten zien dat de naleving van de resoluties zo nodig met geweld wordt afgedwongen.

Evenwel mag daarbij soms van enige willekeurigheid worden gesproken in de situatie waarin tot de toepassing van geweld en dus naleving van de afspraken. De Europese Unie heeft tot op heden geleid tot de duidelijke overdracht van concrete bevoegdheden aan de Unie door de deelnemende lidstaten.

In de tijd teruggaand kan worden geconstateerd dat de aanloop naar de beide Wereldoorlogen werden gekenmerkt door economische crises, waarin hele bevolkingsgroepen buiten de boot vielen of dreigden te vallen. Grote groepen voelden zich buiten gesloten, waarop werd ingespeeld door met name aansprekende personen die hier helaas vaak een bedoeling mee hadden voor hun eigen gewin en positie.

Populisme in de ware zin van het woord, waarbij ook niet werd geschroomd zondebokken te zoeken voor de positie waarin de groepen zitten die ze zegden te vertegenwoordigen. Die werden dan ook vaak aangeduid als “Het Volk”. Evenzo werden hun politieke groeperingen vaak aangeduid als “bewegingen” om het breed gedragen karakter door “Het Volk” te benadrukken en zich af te zetten tegen het politieke systeem van die tijd.

Ook nu worden termen gebruikt als: De Wil van het Volk en/of Wij vertegenwoordigen (de Wil) van het Volk en/of Er wordt niet naar het Volk geluisterd. Maar wat is “Het Volk”? De politieke groeperingen die deze termen gebruiken vertegenwoordigen ontegenzeggelijk een niet onaanzienlijke groep kiezers uit de samenleving. Maar volgens, de eerder vermelde, democratische regel(s) moet worden geconstateerd dat die groeperingen niet een meerderheid van de kiezers vertegenwoordigen. Die democratische regel wordt in hun redeneringen als het ware niet meer erkend.

Er zijn evenwel ook voorbeelden waarin de populistische stromingen in het centrum van de macht terecht zijn gekomen. Italië, Oostenrijk, Hongarije, Vlaanderen/België, maar zelfs Amerika kan worden genoemd en ook China heeft trekken van absolute macht in het regeringssysteem ingebouwd.

Naast de reguliere verkiezingen voor vertegenwoordigende organen zijn er ook andere democratische vormen voor het vragen van de mening van kiezers, met name over speciale onderwerpen. Ook daarmee wordt door die groeperingen op een manier om gegaan om maar aan te tonen hoe geen rekening wordt gehouden met “Het Volk”.

Een voorbeeld hiervan is het raadgevend referendum in Nederland over het Associatieverdrag met Oekraïne. Van de opgekomen kiezers (32,28%) was 61% tegen het Verdrag, zijnde 19,6% van het kiezerspotentieel. Ook hiervoor geldt de conclusie dat het een niet te veronachtzamen aantal kiezers is, maar toch niet een meerderheid van de kiezerspopulatie. Toch ook hoorden wij hier de opmerking: “De Wil van het Volk” is het verdrag niet aan te gaan.

Een ander voorbeeld hiervan, overigens vanuit een iets ander perspectief omdat hieraan wel uitvoering is gegeven, is de uitslag van het Brexit referendum (een overigens adviserend referendum) in het Verenigd Koninkrijk. Hier was sprake van een opkomst van 72,2% van de kiezers, waarvan 51,9% voor het uittreden uit de Europese Unie heeft gestemd. Doorredenerend is dit 37,4% van alle kiesgerechtigden. Dat is veruit de minderheid, maar toch hoor je de voorstanders van het uittreden en degenen die het moeten uitvoeren, bij elke kritische opmerking over de Brexit, bijna onophoudelijk zeggen, dat uitvoering moet worden gegeven aan de Wil van het Volk. Volgens de democratische regels was er een meerderheid voor uittreding, laat daar geen misverstand over bestaan, maar het gaat toch wel ver dit als een mening van het Volk aan te merken.

Het gaat in dit verband ook niet over het niet erkennen van een uitslag van een referendum. Het gaat er meer om hoe sommige groeperingen “gebruik maken” van de uitslag. Daarbij wordt een redenering opgehangen die eigenlijk niet weersproken mag worden op straffe van een tirade, anti democratisch te zijn.

Met andere woorden, wij bevinden ons weer in een tijd waarin sprake is van een sterke opkomst van het populisme. Ook nu zien wij weer dat er politieke groeperingen zijn die zich presenteren als “bewegingen”. Er wordt in zijn algemeenheid vaak ongemakkelijk gereageerd op vergelijkingen met de dertiger jaren van de vorige eeuw en voor wat ons land betreft met de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Evenwel zijn deze vergelijkingen onmiskenbaar wel degelijk te maken. Nog niet eens zozeer qua persoonlijkheden, maar wel degelijk voor wat betreft de ontwikkelingen in de maatschappij die door hen worden aangejaagd.

Een ontwikkeling die de onverdraagzaamheid jegens (een) bepaalde bevolkingsgroep(en) stimuleert. Een superioriteitsgedachte ten aanzien van “Het eigen Volk”. Het wijzen naar anderen, als schuldigen aan de situatie, waarin we ons bevinden. Het begint weer hoogtij te vieren. Het zogenaamde verlies aan identiteit wordt aangevoerd om allerlei acties te rechtvaardigen, met steeds een ietsje meer fysiek verzet/geweld. De grens hiervan lijkt nog niet te zijn bereikt.

Tegenwoordig wordt dit ook veel uitgevochten op de sociale media, waarbij de meest grove beledigingen zijn toegestaan onder het mom van vrije meningsuiting. Berichtgeving die niet welgevallig is wordt als “Fake News” afgedaan. Ook dit is een herkenbare ontwikkeling, terugkijkend naar de periode voor en tijdens Wereldoorlog II, waarin vanuit de Duitse Overheid de term “Lügenpresse” veelvuldig werd gebruikt. Niets nieuws onder de zon dus en genoeg reden om ons zorgen te maken.

In dit hele proces komt een moment dat de populisten “niet geraakt (meer) kunnen” worden door welke goed onderbouwde tegenargumenten dan ook. De “onderbuik gevoelens” hebben dan gezegevierd. En in die fase bevinden wij ons nu. Zo wordt bijvoorbeeld de Nederlandse Publieke Omroep nog steeds en aanhoudend afgeschilderd als een “niet objectieve linkse kliek” die de rechtse ideeën onvoldoende tot geen aandacht geeft. En dat terwijl programma’s als Nieuwsuur een niet aflatende kritische houding ten opzichte van de overheid ten toon spreidt, die de bedoelde groeperingen telkenmale wapens in handen geeft om hun denkbeelden verder te verkondigen.

Concluderend

Wat geconcludeerd zou kunnen worden uit de ontwikkelingen in de huidige tijd is dat wij niet echt hebben geleerd van ons verleden. Nu de populistische stromingen her en der in het centrum van de macht terecht zijn gekomen zou een volgende stap kunnen zijn, zoals die zich in de jaren dertig in Duitsland heeft voorgedaan, dat de NSDAP vanuit een coalitiepositie de absolute macht heeft gegrepen. Net als de vergelijking met de dertiger jaren, lijkt dit een extreem voorbeeld, maar wat te zeggen van de ontwikkelingen in China waar de president nu een ambtstermijn voor het leven heeft en waarop de president van Amerika met een felicitatie heeft gereageerd en in tweets met een opmerking dat die ontwikkeling ook wel iets voor de Verenigde Staten zou zijn. Ook in Rusland zien we dat er constructies worden gemaakt om de president zo lang mogelijk in het zadel te houden onder het mom van een democratische verkiezing.

Maar van de andere kant bezien, zijn we gelukkig ook nog niet toe aan het schrijven van de volgende delen van een standaardwerk als dat van dr. L. de Jong, namelijk de delen die over de feitelijke oorlog gaan. Een oorlog die gevolgd is op een periode van opkomend populisme. Er is dus nog een kans dat we het schrijven van die delen kunnen voorkomen en dan kunnen we alsnog spreken dat we toch hebben geleerd van ons verleden en we niet andermaal hoeven te roepen: Dit nooit meer!

Mocht dit wel het geval zijn dan kan, gelet op de geschiedenis, worden geconcludeerd dat aansluitend een weer verdergaande stap zal worden gezet in de samenwerking/integratie van landen. Gelet op de huidige situatie kan dit niet anders zijn dan dat dit voor Europa leidt tot een Verenigde Staten van Europa en een intensievere samenwerking op Wereldniveau.

Maar wellicht is ons bestuurlijk risicomanagement nu voldoende ontwikkeld zodat we ons de vraag kunnen stellen waarom we nu niet reeds een stap naar voren doen en de Europese Unie gaan uitbouwen naar een Federatief Europa, zoals voorgestaan door Guy Verhofstadt. Dan hebben we echt geleerd van ons verleden. Dan hebben we vooruit gekeken en een volgende Europese continentale brand voorkomen, die toch aanleiding zou hebben gegeven tot de verdergaande Europese Integratie. Het zou van grote moed getuige. En voor deze ontwikkeling hebben we weer een “echte grote leider” nodig met een grote charismatische uitstraling.

De realiteit gebiedt evenwel te zeggen dat dit heden ten dage een lastige stap is, zo lang op een partijcongres van het Forum voor Democratie de ontwikkelingen rond de Europese Unie worden vergeleken met de Spaanse overheersing van de Lage Landen en de strijd in de Tachtigjarige Oorlog.”

Literatuur:

  •  Graaf, Beatrice de (2018), Tegen de Terreur. Prometheus, Amsterdam.
  • Schaepdrijver Sophie de (2018), ‘We leven in een wereld die vergelijkbaar is met die van 1914’, De Morgen.
  • Jong, L. de (1969), Voorspel, Deel 1 Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Nijhoff, Den Haag.