Weg met de veiligheidsutopie: de mens verdraagt geen risico’s meer

Cees A. Visser | 25 september 2010

We lopen in ons dagelijks leven in Nederland veel minder risico’s dan pakweg tweehonderd jaar geleden. De kans dat een Nederlander sterft aan polio, de pokken, scheurbuik, tbc of cholera is inmiddels miniem. Ongelukken op de werkplek komen veel minder voor. De vis wordt nog steeds duur betaald, maar inmiddels meer door het ecologisch evenwicht dan door de visser, wiens schip immers niet meer zinkt. We worden tegenwoordig geen vijftig meer maar tachtig.

Toch is er geen jaarlijkse ‘Feestdag van het Verminderde Risico’. Integendeel, naarmate de levensverwachting toeneemt, kunnen we slechter omgaan met oude risico’s en met nieuwe gevaren. Dat toenemende psychologische ongemak vertaalt zich in allerlei ‘eisen’ wanneer zich een tegenslag voordoet: ‘Vind de schuldige!’, ‘Laat de overheid beter optreden!’ en ‘Dit mag nooit meer gebeuren!’.

Niet alleen in Nederland, maar in de hele westerse wereld kunnen we steeds minder goed leven met risico’s. Daar zijn een paar belangrijke oorzaken voor. Naarmate we meer van de fysieke en menselijke natuur begrijpen, kunnen we meer gevaren pareren. Maar niet alle. Juist de lagere frequentie van onheil maakt het voor veel mensen moeilijker om tegenspoed te accepteren, net zoals Rafael Nadal meer last heeft van een verloren wedstrijd dan Thiemo de Bakker.

Totale veiligheid blijft slechts een wenkend perspectief,

voor ons even onbereikbaar als de regenboog.

Bovendien speelt de ‘begripsfactor’ een rol. We weten inmiddels dat veel tegenspoed niet afhangt van voorzienigheid of noodlot, maar van processen die we min of meer begrijpen. Begrijpen betekent echter niet automatisch beheersen. We verdragen maar moeilijk dat we dat ‘begrepen restrisico’ niet kunnen elimineren. Bovendien snappen we lang niet alles. Dat de wetenschap als nieuwe voorzienigheid op veel terreinen ‘het antwoord’ niet panklaar oplepelt – denk aan de gevolgen van CO2-uitstoot, fijnstof of genetische manipulatie – vinden we irritant.

We hunkeren naar de totale veiligheid, maar het blijft slechts een wenkend perspectief, even onbereikbaar als de regenboog. Hoe blind de combinatie van toegenomen kennis en hang naar totale controle ons kan maken voor de realiteit, bleek in de tweede helft van de vorige eeuw. Toen zagen velen de dood niet meer als het onvermijdelijke einde van het leven, maar alleen nog als het gevolg van een vermijdbare ‘medische fout’.

We zijn ook gevoeliger voor risico’s omdat televisie en internet ons indringend en veelvuldig confronteren met rampen en ellende uit de hele wereld. Wie in de krant leest dat in Duisburg 21 mensen in het gedrang bij een muziekfestival zijn omgekomen, kan dat relatief snel vergeten. Het laat een veel diepere indruk achter wanneer we op tv en YouTube bijna rechtstreeks zien hoe slachtoffers langzaam stikken door de druk van de menselijke muur.

Ten slotte bracht technologische ontwikkeling ons ook nieuwe risico’s, soms van een angstwekkende orde. We weten dat menselijk handelen ons voortbestaan als soort op het spel kan zetten. Dat kan in één keer – door een kernoorlog of de inzet van een onbeheersbaar biologisch wapen – of langzaam, door de onomkeerbare aantasting van ons leefmilieu. Daarnaast weten we inmiddels van zeldzame natuurlijke fenomenen die onze soort bedreigen; bijvoorbeeld de inslag van een reusachtige meteoriet. De mensheid kent dus echte ‘systeemrisico’s’ die we deels zelf hebben geproduceerd. Deze wetenschap vertaalt zich bij veel mensen in een versterking van het onbehagen over en het afwijzen van alle risico’s.

De huidige onvrede over risico’s is dus begrijpelijk, maar we doen er goed aan ons beter tegen die onvrede te verzetten. Een samenleving zonder risico’s heeft nooit bestaan en zal nooit bestaan. Dat is maar goed ook. Als we geen risico’s zouden nemen, zouden we nooit iets bereiken in het leven. Creativiteit, ondernemerschap, innovatie: we bewieroken het, maar het gaat allemaal gepaard met steeds weer nieuwe risico’s.

Pas als we accepteren dat er altijd risico’s zullen en moeten bestaan, kunnen we een realistische discussie voeren over de vraag welke risico’s we accepteren en welke niet. Die maatschappelijke en politieke discussie moeten we open en sereen voeren, zonder in de waan van de dag van de ene naar de andere ramp te hollen. Daarbij moeten we pijnlijke keuzen niet uit de weg gaan. Geld en energie die we besteden aan het terugdringen van het ene risico, kunnen we niet meer besteden aan het andere.

Nu vinden veel besluiten over de verdeling van middelen impliciet en in de achterkamer plaats, omdat politici harde keuzen niet expliciet op tafel durven leggen. We zullen ons als samenleving groot genoeg moeten tonen om lastige morele vragen politiek en maatschappelijk te bespreken, boven tafel. Moeten we risico’s waaraan mensen onvrijwillig zijn blootgesteld voorrang geven boven risico’s die mensen vrijwillig aangaan? Moeten we ons concentreren op risicobestrijding voor zwakkere groepen (kinderen, bejaarden, achterstandsgroepen)? Hebben we als samenleving zo’n aversie tegen bepaalde risico’s dat we die per se willen bestrijden, ook al is het rendement, gemeten in bijvoorbeeld gespaarde mensenlevens per uitgegeven miljoen euro, relatief laag?

We bewieroken creativiteit, ondernemerschap en innovatie.

Maar ze gaan alle gepaard met risico’s.

Dit soort discussies hebben een gezond bijeffect. Ze leren ons namelijk om het onvermijdelijke bestaan van risico’s beter te accepteren. Door redelijk te praten over risico’s accepteer je vanzelf dat absolute veiligheid een illusie is, een utopie. Nu laten we ons te veel door die onrealistische illusie leiden. Wanneer er in de zorg, in de economie, in het verkeer of in de bouw iets misgaat, gaan we op zoek naar de schuldige die gestraft moet worden. Ironisch genoeg leidt dat ertoe dat allerhande publieke en private organisaties die zijn opgericht om de risico’s in de samenleving te verminderen, hun werk niet optimaal meer doen. Ze besteden immers steeds meer tijd aan het afdekken van hun eigen aansprakelijkheidsrisico. Die tijd en energie gaan ten koste van hun eigenlijke taak, waarvoor ze zijn opgericht: het verminderen van het oorspronkelijke risico. Ze durven hun expertise en ervaring niet meer vrij naar eer en geweten in te zetten. Immers, als ze het ondanks de beste bedoelingen achteraf niet bij het rechte eind blijken te hebben, staat de advocaat van de slachtoffers klaar en is hun reputatie aan diggelen. Daarom verschuilen ze zich achter formele procedures en regels, zodat ze juridisch ‘veilig zitten’.

Die situatie is onwenselijk. Het mag niet zo zijn dat onze onmacht om te leven met risico’s zich vertaalt in een agressieve afrekencultuur waarin de expert zijn belangrijkste inzichten en meningen niet meer durft te uiten, vanwege de angst daarop ‘gepakt’ te worden. Natuurlijk moet evident verwijtbaar gedrag dat heeft geleid tot of bijgedragen aan rampspoed worden opgespoord en gestraft, maar we zijn doorgeslagen. Het verdient aanbeveling om bij een ramp naast de vraag ‘Treft iemand blaam en zo ja, wie?’ veel nadrukkelijker de vraag te stellen ‘Hoe kunnen we de kans verminderen dat dit weer gebeurt?’. En we leren het beste als alle betrokkenen, zeker de experts, daarover vrijuit hun inzichten en meningen durven delen.

Door volwassen om te gaan met veiligheid, onzekerheid en risico’s, kunnen we beter leren leven met onvermijdelijke risico’s en ons concentreren op het terugdringen van de risico’s die we onacceptabel hoog vinden, bijvoorbeeld de hierboven genoemde systeemrisico’s voor de mensheid die we zelf hebben voortgebracht en voortbrengen. Die klus is zwaar genoeg.

 

*Drs. Cees A. Visser schreef dit artikel als partner Risk Advisory Services van Ernst & Young Accountants, is gespecialiseerd in risicomanagement, corporate governance en interne audit. Op deze gebieden adviseert hij Europese en Amerikaanse multinationals. Hij is als kerndocent verbonden aan het Programma voor Commissarissen en Toezichthouders van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

**Het artikel werd eerder mede gepubliceerd op 25 september 2010 in het Financieele Dagblad. Dit artikel is door PRIMO geplaatst op deze website en opgenomen in het e-boek Publiek Risico: Essays met uitdrukkelijke toestemming van de auteur.

Foto: Michelle Kruf